
|
3. Voordat het geneesmiddel gebruikt wordt |
3.1 Gevallen waarin het geneesmiddel niet moet worden gebruikt
U dient Diflucan® niet in te nemen indien u uit ervaring weet dat u overgevoelig bent voor dit geneesmiddel of voor ermee verwante stoffen. Dat wil zeggen, indien u ooit averechts (met ziekteverschijnselen) gereageerd hebt op behandeling voor een schimmelinfectie, dient u voor u Diflucan® inneemt eerst overleg met uw arts of apotheker te voeren over deze behandeling. U mag Diflucan® niet gelijktijdig gebruiken met terfenadine, wat tegen allergie, of cisapride , wat tegen bepaalde maag-darmstoornissen wordt gegeven.
3.2 Nodige voorzorgen bij gebruik
Als u merkt dat u de behandeling met Diflucan® niet goed verdraagt, als u bijvoorbeeld last krijgt van huiduitslag, dan moet u uw arts raadplegen.
3.3 Wisselwerking met andere geneesmiddelen
Wanneer u Diflucan® gelijktijdig met andere geneesmiddelen inneemt, kunnen er ongewenste effecten optreden. U dient dus goed met uw arts of apotheker te bespreken welke andere geneesmiddelen u gebruikt.
Antistollingsmiddelen: Indien u met antistollingsmiddelen (bloedverdunners, bijvoorbeeld warfarine) wordt behandeld, moet u de dokter en de thrombosedienst van het gebruik van Diflucan® op de hoogte brengen.
Benzodiazepines (bepaalde slaapmiddelen): Indien u deze middelen (zoals triazolam en midazolam) gebruikt, kan het nodig zijn de dosis van dat middel te verlagen; raadpleeg uw arts.
Middelen tegen suikerziekte: Indien u behandeld wordt met tabletten voor suikerziekte (chloorpropamide, glibenclamide, glipizide en tolbutamide) moet uw bloedsuiker extra zorgvuldig gecontroleerd worden. De combinatie van deze middelen met Diflucan® kan de bloedsuikerverlagende werking versterken, waardoor een aanpassing van de dosis van de tabletten voor suikerziekte nodig kan zijn.
Indien u behandeld wordt met diuretica (plaspillen), zoals hydrochloorthiazide, kan de concentratie van Diflucan® in het bloed hoger worden; meld aan uw arts als u met plaspillen behandeld wordt.
Indien u behandeld wordt met fenytoïne (een middel dat gebruikt wordt bij epilepsie), kan het nodig zijn de fenytoïne dosis te verlagen; raadpleeg uw arts.
Indien u behandeld wordt met rifampicine ( een antibioticum ter bestrijding van bepaalde infecties), moet u dit aan de arts die u Diflucan® voorschrijft melden; het kan nodig zijn dat de hoeveelheid Diflucan® die u moet innemen wordt aangepast.
Indien u ook met ciclosporine (een middel dat de natuurlijke afweer onderdrukt) behandeld wordt, moet u dit aan uw arts vertellen; het kan nodig zijn om de ciclosporine dosis aan te passen.
Indien u voor bijv. een bronchitis behandeld wordt met theofylline (een middel dat gebruikt wordt bij asthmatische aandoeningen), is het belangrijk dat u uw arts hierop wijst; gelijktijdige behandeling met Diflucan® en theofylline kan de hoeveelheid theofylline in het bloed vergroten.
Indien u ook met zidovudine (een middel tegen virussen) behandeld wordt, moet u dit aan uw arts vertellen; hij kan dan zorgvuldig het mogelijk optreden van bijwerkingen van zidovudine controleren.
Indien u voor een allergische aandoening wordt behandeld met astemizol, kunnen er bij gelijktijdig gebruik van Diflucan® ongewenste effecten op het hartritme optreden. Bespreek dit met uw arts.
3.4 Speciale waarschuwingen
Invloed op de rijvaardigheid en de bekwaamheid om machines te gebruiken
Het is niet waarschijnlijk dat Diflucan® de rijvaardigheid of de bekwaamheid om machines te gebruiken beïnvloedt. Als u last heeft van duizeligheid of toevallen, bestuur dan geen voertuigen en/of bedien geen machines die oplettendheid vereisen.
Zwangerschap
U moet er door goede voorbehoedmiddelen te gebruiken voor zorgen, dat u niet zwanger wordt als u met Diflucan® wordt behandeld. De anticonceptiepil kan tezamen met Diflucan® genomen worden. In dierproeven is dit geneesmiddel slechts bij hogere doseringen schadelijk gebleken. Gebruik tijdens de zwangerschap dient vermeden te worden behalve in geval van ernstige of levensbedreigende schimmelinfecties, als de voordelen van de behandeling opwegen tegen de mogelijke risico%u2019s voor de vrucht. Bij zwangerschap daarom alleen gebruiken na overleg met uw arts. Toepassing tijdens de zwangerschap wordt niet aanbevolen.
Borstvoeding
Diflucan® gaat over in de moedermelk. Na eenmalige toediening kan worden doorgegaan met de borstvoeding. Langerdurend gebruik door moeders die borstvoeding geven wordt niet aanbevolen. Overleg met uw arts. |
|
|