|
Nieuws |
Sederende hypnotica boven de 60 jaar gering effect
Sederende slaapmiddelen, zoals zolpidem (Stilnoct®) en zopiclon (Imovane®) verbeteren bij mensen van 60 en ouder weliswaar significant de kwaliteit van de slaap, maar het effect is gering. Bijwerkingen kunnen echter klinisch relevant zijn bij ouderen die meer kans lopen te vallen of om cognitieve stoornissen te ontwikkelen.
Dit wordt geconcludeerd in een Canadees literatuuronderzoek van 24 publicaties tussen 1966 en 2003, waaraan in totaal 2.417 patiënten met slapeloosheid, maar zonder psychische of psychiatrische problemen deelnamen. De kwaliteit van de slaap verbeterde enigszins en de totale duur van de slaap nam met 25,2 minuten toe.
Bovendien werden patiënten met sedativa iets minder vaak wakker dan met placebo. Ongewenste cognitieve gebeurtenissen deden zich echter 4,78 maal vaker voor, en psychomotorische gebeurtenissen 2,61 maal vaker. Ook moeheid overdag werd 3,83 maal vaker gemeld.
Het is mogelijk nachtmerries bij te sturen
Nachtmerries zijn bij te sturen. Dat blijkt uit onderzoek van nachtmerriedeskundige V. Spoormaker die hierop deze week promoveert aan de Universiteit Utrecht. Spoormaker deed drie jaar onderzoek naar nachtmerries en andere slaapstoornissen.
Uit zijn onderzoek bleek dat mensen met nachtmerries kunnen leren om tijdens de angstdroom de droom bij te sturen (het zogeheten lucide dromen). Een training van twee uur en daarna blijven oefenen waren in de meeste gevallen al voldoende voor minder nachtmerries. Bij lucide dromen beseft de slaper dat hij of zij droomt, maar droomt wel door. ,,Je zit dan in je eigen droomwereld. Deze is niet echt, maar lijkt dat wel en je kunt vervolgens de hele droom bijsturen. Zo is het volgens de onderzoeker mogelijk om bijvoorbeeld een achtervolger weg te jagen, met hem in gesprek te gaan of samen een patatje te gaan eten.
Uit het onderzoek van de sociaalwetenschapper blijkt verder dat slaapstoornissen vaak samengaan met depressieve klachten en angst. Logisch vindt Spoormaker: ,,als mensen lange tijd slecht slapen, worden ze moe, prikkelbaar en gespannen. De stap naar neerslachtigheid, extra zorgen of angst is dan zo gezet. Ook een psychische stoornis kan zich eerder ontwikkelen. Volgens Spoormaker heeft 40 procent van de Nederlanders slaapklachten en 25 procent last van een slaapstoornis. Slapeloosheid (insomnie) komt het vaakst voor. 8,5 procent heeft daar last van, 4 procent heeft last van ademhalingsproblemen (zoals snurken) en 2,2 procent heeft nachtmerries.
Een op de twintig Nederlanders (5 procent) slaapt slecht door het zogeheten rustelozebenensyndroom. Dat zijn onprettige gevoelens in de ledematen, die toenemen in rust en juist weer afnemen bij beweging. Ze wekken daardoor als het ware bewegingsdrang op. Spoormaker wijst erop dat de meeste mensen met slaapproblemen jarenlang,,doormodderen of verslavende slaapmiddelen gebruiken, hoewel de problemen goed te behandelen zijn. Zo kan bijvoorbeeld ook insomnie behandeld worden met cognitieve gedragstherapie.
Slaapduur is risicofactor voor diabetes
Slaap beperkingen leiden ook al op korte termijn tot glucose intolerantie en insuline resistentie. Zouden mensen die langdurig slaap te kort komen eerder diabetes ontwikkelen? Om die vraag te beantwoorden is onderzoek uitgevoerd tussen 1987 en 2004.
De onderzochte mensen werden ingedeeld in groepen die gekenmerkt werden door het gemiddeld aantal uren slaap per nacht: 5, 6, 7, 8, en >8 uur. Degenen die gemiddeld 5 of 6 uur per nacht slapen hebben twee keer zoveel kans om diabetes te ontwikkelen. Maar degenen die meer dan gemiddeld sliepen (meer dan 8 uur per nacht) hadden drie keer zoveel kans.
Uit de diverse onderzoeksuitkomsten kan verder worden geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat testosteron een intermediërende rol vervuld in deze relatie. Kortom: te veel, of te weinig slaap verhoogt op de lange termijn de kans op diabetes. Slaapduur is derhalve een risicofactor voor diabetes.
Slaap is goed voor het geheugen
Volgens onderzoekers van het Beth Israel Deaconess Medical Center (BIDMC) kan een goede nachtrust bepaalde triggers in de hersens activeren die helpen het geheugen te verbeteren. Deze uitkomsten zouden een verklaring kunnen geven waarom kinderen veel meer slaap nodig hebben dan volwassenen.
Bovendien lijkt goede nachtrust van belang bij patiënten die een beroerte hebben gehad en bij mensen met hersenschade. Volgens onderzoeker Matthew Walker was uit oudere studies bekend dat een periode van slaap mensen kon helpen bij het verbeteren van hun geheugentaken, maar het was onbekend hoe en waarom dit gebeurde. Bij dit nieuwe onderzoek wordt gebruik gemaakt van functional magnetic resonance imaging (fMRI) waarbij te zien is welk deel van de hersens actief zijn en welke niet. Daarbij wordt de rol van slaap ten opzichte van geheugen en leren onderzocht.
Twaalf proefpersonen studeerden een bepaalde volgorde van vingerbewegingen in, lijkend op de toonladder op een piano. Na een periode van 12 uur slapen of waken, werd getest of de proefpersonen zich deze oefening konden herinneren terwijl een MRI de activiteit van de hersens vastlegde. Uit de MRI resultaten bleek dat, terwijl sommige delen van het brein actiever waren na een periode van slaap, andere delen duidelijk minder actief waren. Maar bij de personen die hadden geslapen, was een verbetering van de motoriek vast te stellen.
Deze uitkomsten kunnen van belang zijn voor patiënten die schade aan de hersenen hebben opgelopen en daarna opnieuw moeten leren spreken of de controle over hun ledematen terug moeten krijgen. |
|
|