Influenza komt in gebieden met een gematigd klimaat alleen in het winterseizoen (november - maart) voor. In tropische gebieden daarentegen, komt het het hele jaar rond voor. Waarom wij alleen 's winters met influenza te maken hebben komt waarschijnlijk doordat we in koude periodes meer binnenshuis met elkaar doorbrengen en het virus in de koude vochtige buitenlucht langer kan overleven.
Het virus wordt van persoon op persoon overgedragen in kleine vochtdruppeltjes die door hoesten of niezen verspreid worden.
Wanneer het virus in een van de cellen van onze slijmvliezen in neus en keel heeft kunnen nestelen, begint de virusvermenigvuldiging al na 4 tot 6 uur. Na één tot 3 dagen kunnen dan de symptomen ontstaan. Vanaf de virusvermenigvuldiging tot zo%u2019n 3 tot 5 dagen nadat de symptomen begonnen zijn, kan de influenzapatiënt anderen aansteken.
De infectie openbaart zich aan de patiënt heel plotseling. In korte tijd (binnen 2 tot 3 uur) voelt men zich echt ziek. De vaak hoge koorts, de spierpijnen, het malaise gevoel, de rillingen zijn onder andere de klachten van de grieppatiënt. Deze klachten houden meestal ongeveer 5 dagen aan en zullen vooral de eerste dagen de patiënt aan bed kluisteren. Daarna voelt de patiënt zich nog allerminst geheel beter. De nasleep, die ook nog eens enkele dagen in beslag kan nemen, kenmerkt zich door een gevoel van slapheid, verlies van uithoudingsvermogen, sterk vermoeid zijn. Hieruit blijkt wel dat een influenza zich onderscheidt van alle in de volksmond genoemde 'griepjes' of verkoudheden die wij 's winters plachten te hebben. Onder het kopje %u2018Is het griep of verkoudheid?%u2019 kan op basis van het soort en ernst van symptomen een onderscheid gemaakt worden tussen een typische verkoudheid en influenza. |