Emtricitabine/Tenofovirdisoproxil wordt niet verkocht in Nederland.

Emtricitabine/Tenofovirdisoproxil

  Dit middel bevat twee werkzame stoffen, emtricitabine en tenofovirdisoproxil. Beide werkzame stoffen zijn antiretrovirale geneesmiddelen (geneesmiddelen die werken tegen retrovirussen) die gebruikt worden voor de behandeling van een HIV-infectie. Meer info

Dokteronline.com regelt of verkoopt geen medicijnen. Op uw verzoek regelen wij voor u een consult met een geregistreerde onafhankelijke EU-arts. Aan de hand van uw antwoorden op de online medische vragenlijst en de door u opgegeven voorkeuren, beoordeelt deze arts of aan u een recept voor een medische behandeling mag worden uitgeschreven. Bezoek de website van Blueclinic voor de actuele prijzen van de medische behandelingen.

1. Wat is Emtricitabine/Tenofovirdisoproxil en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

 

Dit middel bevat twee werkzame stoffen, emtricitabine en tenofovirdisoproxil. Beide werkzame stoffen zijn antiretrovirale geneesmiddelen (geneesmiddelen die werken tegen retrovirussen) die gebruikt worden voor de behandeling van een HIV-infectie. Emtricitabine is een nucleoside reversetranscriptaseremmer en tenofovir is een nucleotide reverse-transcriptaseremmer. Beide zijn algemeen bekend als NRTIs en zij werken door het belemmeren van de normale werking van een enzym (reverse transcriptase) dat voor het virus noodzakelijk is om zich te vermenigvuldigen.

    • Dit middel wordt gebruikt voor de behandeling van een infectie met het Humaan Immunodeficiëntie Virus 1 (HIV-1) bij volwassenen.
    • Het wordt ook gebruikt voor de behandeling van HIV bij jongeren in de leeftijd van 12 tot minder dan 18 jaar die minstens 35 kg wegen en die eerder zijn behandeld met andere HIVgeneesmiddelen die niet meer werkzaam zijn of bijwerkingen hebben veroorzaakt. 
    • Dit middel moet altijd gebruikt worden in combinatie met andere geneesmiddelen voor de behandeling van een HIV-infectie.
    • Dit middel kan toegediend worden in plaats van emtricitabine en tenofovirdisoproxil afzonderlijk gebruikt in dezelfde doses.

Mensen die HIV-positief zijn kunnen nog steeds HIV doorgeven wanneer ze dit geneesmiddel gebruiken, hoewel het risico wordt verminderd met effectieve antiretrovirale therapie. Spreek met uw arts over de voorzorgsmaatregelen die nodig zijn om het besmetten van andere mensen te voorkomen.

 

Dit middel biedt geen genezing van een HIV-infectie. Het is mogelijk dat u in de tijd dat u dit middel gebruikt toch infecties of andere ziektes die verband houden met een HIV-infectie krijgt.

    • Dit middel wordt ook gebruikt om bij volwassenen het risico op het oplopen van een HIV1-infectie te verlagen wanneer het wordt gebruikt als dagelijkse behandeling in combinatie met maatregelen voor veiligere seks. 

Zie rubriek 2 voor een lijst van voorzorgsmaatregelen die tegen een HIV-infectie kunnen worden genomen.

 

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

 

Gebruik dit middel niet voor de behandeling van HIV of voor vermindering van het risico om HIV op te lopen als u allergisch bent voor emtricitabine, tenofovir, tenofovirdisoproxilfosfaat, of voor één van de andere stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

  • Als dit voor u geldt, licht dan uw arts ONMIDDELLIJK in.

Voordat u dit middel gebruikt om het risico op besmetting met HIV te verlagen:

 

Dit middel kan uw risico op een besmetting met HIV alleen helpen verlagen voordat u geïnfecteerd bent.

    • U moet HIV-negatief zijn voordat u dit middel gaat gebruiken om het risico op het oplopen van HIV te verlagen. U moet onderzoek ondergaan om zeker te weten dat u nog geen HIV-infectie heeft. U mag dit middel niet gebruiken om uw risico te verminderen tenzij is vastgesteld dat u HIV-negatief bent. Mensen die HIV hebben, moeten dit middel gebruiken in combinatie met andere geneesmiddelen. 
    • Veel HIV-onderzoeken kunnen een recente infectie over het hoofd zien. Als u een griepachtige ziekte krijgt, kan dat betekenen dat u onlangs met HIV geïnfecteerd bent. Dit kunnen tekenen van een HIV-infectie zijn: 
    • vermoeidheid 
    • koorts 
    • gewrichts- of spierpijn 
    • hoofdpijn 
    • braken of diarree 
    • huiduitslag 
    • zweetaanvallen in de nacht 
    • gezwollen lymfeklieren in de hals of de liesstreek 
  • Laat het aan uw arts weten als u een griepachtige ziekte heeft – hetzij in de maand voordat u met dit middel begint of op enig moment terwijl u dit middel gebruikt.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

 

Wanneer u dit middel gebruikt om het risico op een besmetting met HIV te verlagen: 

 

  • Neem dit middel dagelijks in om uw risico te verminderen, niet alleen als u denkt dat u risico op een HIV-infectie heeft gelopen. Zorg dat u geen doses van dit middel overslaat en stop niet met het innemen ervan. Door het overslaan van doses neemt uw risico op het oplopen van een HIV-infectie toe. 
  • Laat u regelmatig op HIV onderzoeken. 
  • Laat het meteen aan uw arts weten als u denkt dat u met HIV besmet bent. De arts zal misschien meer onderzoek willen laten doen om zeker te weten dat u nog steeds HIV-negatief bent. 
  • Gebruik van dit middel alleen zal niet noodzakelijkerwijs voorkomen dat u HIV krijgt.  
  • Zorg altijd voor veiligere seks. Gebruik condooms om het contact met sperma, vaginaal vocht of bloed te beperken. 
  • Deel geen persoonlijke artikelen waar bloed of lichaamsvloeistoffen op kunnen zitten, zoals tandenborstels of scheermesjes. 
  • Deel en hergebruik geen naalden of andere benodigdheden voor injecties of drugsgebruik. 
  • Laat u onderzoeken op andere seksueel overdraagbare infecties zoals syfilis en gonorroe. Deze infecties maken het voor HIV makkelijker om u te infecteren. 

Praat met uw arts als u nog andere vragen heeft over hoe besmetting met HIV of het overdragen van HIV op anderen kan worden voorkomen. 

 

Als u dit middel gebruikt voor de behandeling van HIV of voor vermindering van het risico op een besmetting met HIV:

  • Dit middel kan uw nieren aantasten. Voor en tijdens de behandeling kan uw arts bloedonderzoeken laten doen om de werking van uw nieren te meten. Licht uw arts in als u een nierziekte heeft gehad of als onderzoeken nierproblemen aan het licht hebben gebracht. Dit middel mag niet gegeven worden aan jongeren die al nierproblemen hebben. Als u nierproblemen heeft, kan uw arts u adviseren om dit middel niet meer in te nemen of, als u al HIV heeft, om dit middel minder vaak te nemen. Het gebruik van dit middel wordt niet aanbevolen als u een ernstige nierziekte heeft of als u dialyse ondergaat.

Botproblemen (die soms tot botbreuken leiden) kunnen ook optreden als gevolg van beschadiging van de tubuluscellen van de nieren (zie rubriek 4, Mogelijke bijwerkingen).  Overleg met uw arts als u een leverziekte, inclusief hepatitis (leverontsteking), heeft of vroeger gehad heeft. Met HIV geïnfecteerde patiënten die ook een leverziekte hebben (waaronder chronische hepatitis B of C) die behandeld worden met antiretrovirale middelen, lopen een verhoogd risico op ernstige en mogelijk dodelijke levercomplicaties. Als u hepatitis B of C heeft, zal uw arts zorgvuldig overwegen wat de beste behandeling voor u is. 

  • Zorg dat u weet of u al dan niet met het hepatitis B-virus (HBV) bent geïnfecteerd voordat u dit middel gaat gebruiken. Als u HBV heeft, is er een ernstig risico op leverproblemen als u stopt met het gebruik van dit middel, onafhankelijk van of u wel of geen HIV heeft. Het is belangrijk om niet te stoppen met het gebruik van dit middel zonder hierover contact op te nemen met uw arts: zie rubriek 3, Stop niet met het innemen van dit middel.
  • Overleg met uw arts als u ouder bent dan 65 jaar. Dit middel is niet onderzocht bij patiënten die ouder zijn dan 65 jaar.

Kinderen en jongeren tot 18 jaar

 

Dit middel is niet bedoeld voor gebruik bij kinderen jonger dan 12 jaar. 

 

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

 

Neem dit middel niet in als u reeds andere geneesmiddelen gebruikt die de werkzame stoffen emtricitabine en tenofovirdisoproxil bevatten of als u een ander antiviraal geneesmiddel gebruikt dat tenofoviralafenamide, lamivudine of adefovirdipivoxil bevat. 

 

Gebruikt u naast Emtricitabine/Tenofovirdisoproxil Teva nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

  • Gebruik van dit middel met andere geneesmiddelen die uw nieren kunnen beschadigen: het is vooral belangrijk uw arts in te lichten als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt:
  • aminoglycosiden (voor de behandeling van bacteriële infecties)
  • amfotericine B (voor de behandeling van schimmel infecties)
  • foscarnet (voor de behandeling van virus infecties)
  • ganciclovir (voor de behandeling van virus infecties)
  • pentamidine (voor de behandeling van infecties)
  • vancomycine (voor de behandeling van bacteriële infecties)
  • interleukine-2 (voor behandeling van kanker)
  • cidofovir (voor de behandeling van virusinfecties)
  • niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID’s, voor het verlichten van bot- of spierpijn).

Als u een ander antiviraal geneesmiddel dat een proteaseremmer wordt genoemd voor de behandeling van HIV gebruikt, kan uw arts bloedtesten laten doen om uw nierfunctie zorgvuldig te controleren.

 

Het is ook belangrijk om uw arts in te lichten als u ledipasvir/sofosbuvir of sofosbuvir/velpatasvir inneemt voor de behandeling van een hepatitis C-infectie.

 

Gebruik van dit middel met andere geneesmiddelen die didanosine bevatten (voor de behandeling van een HIV-infectie): Het gebruik van dit middel met andere antivirale geneesmiddelen die didanosine bevatten, kan de bloedspiegels van didanosine doen stijgen en het aantal CD4-cellen doen afnemen. Zelden is melding gemaakt van ontsteking van de alvleesklier en van melkzuuracidose (te veel melkzuur in het bloed), die soms overlijden veroorzaakt, wanneer geneesmiddelen met tenofovirdisoproxil en didanosine samen werden ingenomen. Uw arts zal zorgvuldig overwegen of u met combinaties van tenofovir en didanosine behandeld zult worden.

 

à Gebruikt u een of meer van deze geneesmiddelen? Vertel dat dan aan uw arts. Gebruikt u naast dit middel nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

 

Waarop moet u letten met eten en drinken?  

  • Dit middel moet indien mogelijk worden ingenomen met voedsel. 

 

Zwangerschap en borstvoeding

 

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

 

  • Hoewel er beperkte klinische gegevens beschikbaar zijn over het gebruik van de combinatie van dit middel bij zwangere vrouwen, wordt het gewoonlijk niet gebruikt tenzij het absoluut noodzakelijk is.
  • Als u een vrouw bent, die zwanger zou kunnen worden tijdens behandeling met dit middel, MOET u een effectieve anticonceptiemethode toepassen om te voorkomen dat u zwanger wordt
  • Als u zwanger wordt of van plan bent om zwanger te worden, vraag dan uw arts naar de mogelijke voordelen en risico’s van behandeling met dit middel voor u en uw kind.

 

Indien u tijdens uw zwangerschap dit middel heeft gebruikt, zal uw arts regelmatige bloedonderzoeken en andere diagnostische onderzoeken willen uitvoeren om de ontwikkeling van uw kind te controleren. Bij kinderen van wie de moeder NRTIs heeft gebruikt tijdens de zwangerschap, woog het voordeel van de bescherming tegen HIV op tegen het risico van de bijwerkingen.

 

  • Geef geen borstvoeding tijdens behandeling met dit middel. De reden hiervoor is dat de werkzame stoffen in dit geneesmiddel worden uitgescheiden in de moedermelk.
  • Als u een vrouw bent die HIV heeft, wordt aangeraden om geen borstvoeding te geven om te voorkomen dat het virus via de moedermelk op de baby overgebracht wordt.

 

Rijvaardigheid en het gebruik van machines 

 

Dit middel kan duizeligheid veroorzaken. Als u zich duizelig voelt wanneer u dit middel neemt, bestuur dan geen voertuigen en gebruik GEEN gereedschap of machines.

 

Emtricitabine/Tenofovirdisoproxil Teva bevat natrium.

 

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol (23 mg) natrium per dosis, dat wil zeggen is in wezen ‘natriumvrij’. 

 

3. Hoe gebruikt u dit middel? 

  • Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 

De aanbevolen dosering van dit middel voor de behandeling van HIV is:

  • Volwassenen: één tablet per dag, waar mogelijk met voedsel ingenomen.
  • Jongeren in de leeftijd van 12 tot minder dan 18 jaar die minstens 35 kg wegen: één tablet per dag, waar mogelijk met voedsel ingenomen.

 

De aanbevolen dosering van dit middel voor vermindering van het risico op een besmetting met HIV is:

  • Volwassenen: één tablet per dag, waar mogelijk met voedsel ingenomen.

Als u moeilijk kunt slikken, kunt u de punt van een lepel gebruiken om de tablet fijn te maken. Daarna mengt u het poeder met ongeveer 100 ml (een half glas) water, sinaasappelsap of druivensap, en drinkt u dit onmiddellijk op.

  • Neem altijd de door uw arts aanbevolen dosis in. Dit is om ervoor te zorgen dat uw geneesmiddel volledig effectief is en om het risico op de ontwikkeling van resistentie tegen de behandeling te verminderen. Verander de dosis niet, tenzij uw arts dat zegt.
  • Als u voor een HIV-infectie behandeld wordt, zal uw arts dit middel voorschrijven met andere antiretrovirale geneesmiddelen. Raadpleeg de bijsluiters van de andere antiretrovirale middelen voor aanwijzingen hoe deze geneesmiddelen moeten worden ingenomen. 
  • Als u volwassen bent en dit middel inneemt om het risico op besmetting met HIV te verlagen, neem dit middel dan dagelijks in en niet alleen wanneer u denkt dat u risico op het krijgen van HIV heeft gelopen. 

Praat met uw arts als u nog meer vragen heeft over hoe besmetting met HIV of overdragen van HIV op anderen kan worden voorkomen.

 

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

 

Als u per ongeluk meer dan de aanbevolen dosis van dit middel heeft ingenomen, raadpleeg dan uw arts of de Spoedeisende Hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Houd de verpakking of fles met de tabletten bij u, zodat u eenvoudig kunt beschrijven wat u heeft ingenomen.

 

Heeft u een dosis van dit middel overgeslagen?

 

Het is belangrijk dat u geen dosis van dit middel overslaat.

 

  • Als u dit binnen 12 uur na het tijdstip waarop u dit middel gewoonlijk inneemt, neem de tablet dan snel mogelijk en bij voorkeur met voedsel in. Neem de volgende dosis vervolgens op het gebruikelijke tijdstip.

 

Als u dit 12 uur of langer na het gebruikelijke tijdstip voor het innemen van dit middel opmerkt, sla de gemiste dosis dan over. Wacht en neem de volgende dosis bij voorkeur met voedsel op het gebruikelijke tijdstip in. 

 

Als u minder dan 1 uur na het innemen van dit middel overgeeft, neem dan een nieuwe tablet in. U hoeft GEEN nieuwe tablet in te nemen, als u langer dan 1 uur na het innemen van dit middel heeft overgegeven.

 

Stop niet met het innemen van dit middel

 

  • Als u dit middel inneemt voor de behandeling van een HIV-infectie, kan stoppen met dit middel de werkzaamheid van de door uw arts aanbevolen anti-HIV-behandeling verminderen. 
  • Als u dit middel inneemt om het risico op besmetting met HIV te verlagen, stop dan niet met het innemen van dit middel en sla geen doses over. Als u stopt met het gebruik van dit middel of doses overslaat, kan dat uw kans op het oplopen van een HIV-infectie vergroten.  à Stop niet met het gebruik van dit middel zonder contact op te nemen met uw arts.
  • Als u hepatitis B heeft, is het bijzonder belangrijk om NIET te stoppen met uw behandeling met dit middel zonder eerst met uw arts gesproken te hebben. Het kan nodig zijn om gedurende een aantal maanden na het stoppen met de behandeling bloedonderzoeken bij u uit te voeren. Bij sommige patiënten met gevorderde leverziekte of cirrose wordt stoppen van de behandeling afgeraden omdat dit tot een verslechtering van uw hepatitis kan leiden, wat levensbedreigend kan zijn.

 

à Vertel uw arts ONMIDDELLIJK over nieuwe of ongebruikelijke verschijnselen na het stoppen met de behandeling, in het bijzonder verschijnselen die u met uw hepatitis-B-infectie in verband brengt. 

 

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

  

4. Mogelijke bijwerkingen

 

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

 

Mogelijke ernstige bijwerkingen: 

 

  • Melkzuuracidose (te veel melkzuur in het bloed) is een zeldzame maar mogelijk levensbedreigende bijwerking. Melkzuuracidose komt vaker voor bij vrouwen, met name bij vrouwen met overgewicht, en bij personen met een leverziekte. De volgende bijwerkingen kunnen verschijnselen van melkzuuracidose zijn:
  • diep, snel ademhalen
  • slaperigheid misselijkheid, braken maagpijn.

 

à Als u vermoedt dat u melkzuuracidose heeft, roep dan onmiddellijk medische hulp in.

 

  • Tekenen van een ontsteking of infectie. Bij sommige patiënten met een gevorderde HIVinfectie (AIDS) en een voorgeschiedenis van opportunistische infecties (infecties die optreden bij mensen met een zwak afweersysteem) kunnen tekenen en symptomen van ontsteking van vorige infecties al snel na het begin van de anti-HIV-behandeling optreden. Men denkt dat deze symptomen het gevolg zijn van een verbetering in de afweerreactie van het lichaam, waarmee het lichaam infecties kan bestrijden die zonder duidelijke symptomen mogelijk al aanwezig waren.
  • Auto-immuunziekten, waarbij het afweersysteem gezond lichaamsweefsel aanvalt, kunnen ook optreden nadat u bent begonnen met het innemen van geneesmiddelen voor de behandeling van een HIV-infectie. Auto-immuunziekten kunnen vele maanden na het begin van de behandeling optreden. Let op symptomen van infectie of andere symptomen zoals:
    • spierzwakte 
    • zwakte die in de handen en voeten begint en zich in de richting van de romp uitbreidt o hartkloppingen, beven of hyperactiviteit 

 

à Roep onmiddellijk medische hulp in als u deze of andere symptomen van een ontsteking of infectie opmerkt.

 

Mogelijke bijwerkingen

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen

(komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers)

  • diarree, braken, misselijkheid
  • duizeligheid, hoofdpijn
  • uitslag
  • zich zwak voelen.

 

Onderzoeken kunnen ook aantonen:

  • daling van het fosfaatgehalte in het bloed verhoogd creatinekinase.

 

Vaak voorkomende bijwerkingen

 (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers)

  • pijn, buikpijn
  • problemen met slapen, abnormale dromen
  • problemen met de spijsvertering die leiden tot klachten na maaltijden, opgeblazen gevoel, winderigheid
  • uitslag (waaronder rode vlekken of plekken soms met blaarvorming en opzwelling van de huid), die een allergische reactie kan zijn, jeuk, veranderingen van huidskleur waaronder vlekvormig donker worden van de huid
  • andere allergische reacties zoals piepende ademhaling, opzwelling of een licht gevoel in het hoofd.

 

Onderzoeken kunnen ook aantonen:

  • laag aantal witte bloedlichaampjes (een verlaagd aantal witte bloedlichaampjes kan u vatbaarder maken voor infecties)
  • verhoogd gehalte triglyceriden (vetzuren), verhoogde galkleurstof in het bloed of verhoogde bloedsuiker
  • aandoeningen aan de lever en alvleesklier.

 

Soms voorkomende bijwerkingen

 (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers)

  • pijn in de onderbuik (buik) veroorzaakt door een ontsteking van de alvleesklier
  • zwelling van het gezicht, de lippen, tong of keel
  • bloedarmoede (laag aantal rode bloedlichaampjes)
  • afbraak van spierweefsel, spierpijn of -zwakte, die het gevolg kunnen zijn van beschadiging van bepaalde cellen van de nieren.

 

Onderzoeken kunnen ook aantonen:

  • daling van het kaliumgehalte in het bloed
  • verhoogd creatinine in uw bloed
  • veranderingen in de laboratoriumuitslagen van uw urineonderzoek.

 

Zelden voorkomende bijwerkingen

 (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 gebruikers)

  • melkzuuracidose (zie Mogelijke ernstige bijwerkingen)
  • vervetting van de lever
  • gele huid of ogen, jeuk of pijn in de onderbuik (buik) veroorzaakt door een ontsteking van de lever
  • nierontsteking, veel moeten plassen en dorstgevoel, nierfalen, beschadiging van de tubuluscellen van de nieren
  • zachter worden van de botten (met botpijn en soms resulterend in botbreuken)
  • rugpijn veroorzaakt door nierproblemen.

 

Beschadiging van de tubuluscellen van de nieren kan de afbraak van spierweefsel, het zachter worden van de botten (met botpijn en soms resulterend in botbreuken), spierpijn, spierzwakte en een daling van het kalium- of fosfaatgehalte in het bloed tot gevolg hebben.

 

  • Als u een van de hierboven vermelde bijwerkingen opmerkt of als u veel last krijgt van een bijwerking, neem dan contact op met uw arts of apotheker.

 

De frequentie van de volgende bijwerkingen is niet bekend 

    • Botproblemen. Sommige patiënten die gecombineerde antiretrovirale geneesmiddelen innemen zoals dit middel kunnen een botaandoening ontwikkelen die osteonecrose wordt genoemd (afsterven van botweefsel veroorzaakt door verminderde bloedtoevoer naar het bot). Er zijn vele risicofactoren die de kans op ontwikkeling van deze aandoening vergroten, onder andere langdurig gebruik van dit type geneesmiddel, gebruik van corticosteroïden, alcoholgebruik, een zeer zwak afweersysteem en overgewicht. Verschijnselen van osteonecrose zijn: 
      • stijfheid in de gewrichten 
      • pijn in de gewrichten (in het bijzonder in de heupen, knieën en schouders)  o moeilijk kunnen bewegen 
  • Laat het uw arts weten als u een of meer van deze symptomen opmerkt

 

Tijdens de HIV-behandeling kan er een toename in gewicht en een stijging van de serumlipiden- en bloedglucosewaarden optreden. Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een herstel van uw gezondheid en door uw levensstijl. Een stijging van de serumlipidenwaarden kan soms worden veroorzaakt door de HIV-middelen zelf. Uw arts zal u op deze veranderingen testen.

 

Andere bijwerkingen bij kinderen

    • Kinderen die emtricitabine krijgen, ondervinden zeer vaak veranderingen in de huidskleur, waaronder o donkere vlekken op de huid
    • Kinderen vertonen vaak een laag aantal rode bloedcellen (anemie of bloedarmoede).
      • hierdoor kan het kind moe of kortademig zijn.
  • Laat het uw arts weten als u een of meer van deze symptomen opmerkt.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. 

 

5. Hoe bewaart u dit middel?

 

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

 

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de verpakking na `EXP`. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

 

Blisterverpakking: Bewaren beneden 30ºC. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht.

 

 Fles: Bewaren in de oorspronkelijke fles ter bescherming tegen vocht. Houdt de fles zorgvuldig gesloten.

 

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

 

 

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

 

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stoffen in dit middel zijn emtricitabine en tenofovirdisoproxil. Elke

Emtricitabine/Tenofovirdisoproxil Teva filmomhulde tablet bevat 200 mg emtricitabine en 245 mg tenofovirdisoproxil (overeenkomend met 291,22 mg tenofovirdisoproxilfosfaat of 136 mg tenofovir).

 

  • De andere stoffen in dit middel zijn mannitol, natriumstearylfumaraat, microkristallijne cellulose (E460), hydroxypropylcellulose-laag gesubstitueerd (E463), hypromellose (E464).

 

  • De andere stoffen in de filmomhulling zijn polyvinyl alcohol gedeeltelijk gehydroliseerd (E1203), titaniumdioxide (E171), macrogol 3350 (E1521), talk (E553b), ijzeroxide geel (E172), indigokarmijnaluminiumpigment (E132).

 

Hoe ziet Emtricitabine/Tenofovirdisoproxil Teva eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

 

Emtricitabine/Tenofovirdisoproxil Teva filmomhulde tabletten zijn groene tot lichtgroene, ovaalvormige filmomhulde tabletten, van circa 18mm x 10mm, bedrukt met “E T” aan de ene kant en glad aan de andere kant. 

 

Elke fles bevat een silicagel droogmiddel dat in de fles moet worden bewaard ter bescherming van uw tabletten. Het silicagel droogmiddel bevindt zich in een afzonderlijk zakje of busje en mag niet worden ingeslikt.

 

De volgende verpakkingen zijn verkrijgbaar: 

Blisterverpakking: Verpakkingsgrootte à 30, 30x1 en 90 filmomhulde tabletten. Fles: Verpakkingsgrootte à 30 en 3x30 filmomhulde tabletten. 

 

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten/sterktes/farmaceutische vormen worden in de handel gebracht.