Levothyroxine

Dit middel bevat schildklierhormoon als werkzame stof.    Het doel van de behandeling met dit middel is het vervangen van de afwezigheid van schildklierhormoon en/of om de schildklier te ontlasten. Meer info

Dokteronline.com regelt of verkoopt geen medicijnen. Op uw verzoek regelen wij voor u een consult met een geregistreerde onafhankelijke EU-arts. Aan de hand van uw antwoorden op de online medische vragenlijst en de door u opgegeven voorkeuren, beoordeelt deze arts of aan u een recept voor een medische behandeling mag worden uitgeschreven.

Bijsluiter(s)

1. Wat is Levothyroxine en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Dit middel bevat schildklierhormoon als werkzame stof. 
 
Het doel van de behandeling met dit middel is het vervangen van de afwezigheid van schildklierhormoon en/of om de schildklier te ontlasten. 
 
Dit middel wordt gebruikt: 
-    als vervanging voor schildklierhormoontekort in alle gevallen van een te traag werkende schildklier 
-    voor de preventie van terugkerende struma na een struma operatie bij patiënten met een normale 
schildklierfunctie 
-    voor de behandeling van goedaardig struma bij patiënten met een normale schildklierfunctie 
 
25 microgram, 50 microgram, 75 microgram: 
-    voor aanvullende therapie bij de behandeling van een overactieve schildklier nadat een gewone 
metabole status is bereikt 
-    voor kwaadaardige schildkliertumoren, met name na een operatie om nieuwe tumorgroei te 
onderdrukken en als aanvulling voor schildklierhormoontekort.  
 
100 microgram: 
-    voor aanvullende therapie bij de behandeling van een overactieve schildklier nadat een gewone 
metabole status is bereikt 
-    voor kwaadaardige schildkliertumoren, met name na een operatie om nieuwe tumorgroei te 
onderdrukken en als aanvulling voor schildklierhormoontekort - bij de schildkliersuppressietest. 
 
125 microgram: 
-     voor kwaadaardige schildkliertumoren, met name na een operatie om nieuwe tumorgroei te 
onderdrukken en als aanvulling voor schildklierhormoontekort. 
 
150 microgram:  
-     voor kwaadaardige schildkliertumoren, met name na een operatie om nieuwe tumorgroei te 
onderdrukken en als aanvulling voor schildklierhormoontekort - bij de schildkliersuppressietest. 
 
175 microgram: 
-     voor kwaadaardige schildkliertumoren, met name na een operatie om nieuwe tumorgroei te 
onderdrukken en als aanvulling voor schildklierhormoontekort. 
 
200 microgram: 
-     voor kwaadaardige schildkliertumoren, met name na een operatie om nieuwe tumorgroei te 
onderdrukken en als aanvulling voor schildklierhormoontekort -  bij de schildkliersuppressietest. 

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? 

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken? 
-    U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6. 
-    Als u een van de volgende aandoeningen heeft: 

  • een onbehandelde overactieve schildklier 
  • een onbehandelde adrenocorticale insufficiëntie 
  • een onbehandelde minder actieve hypofyseklier (hypopituïtarisme)  
  • een hartaanval heeft gehad 
  • een acute ontsteking van de hartspier (myocarditis) 
  • een acute ontsteking van alle lagen van de hartwand (pancarditis).  

Voordat de behandeling met dit middel start moeten de volgende aandoeningen uitgesloten of behandeld zijn: 
-    coronaire hartaandoeningen 
-    pijn op de borst met een beklemmend gevoel (angina pectoris) 
-    hoge bloeddruk (hypertensie) 
-    hypofyse en/of adrenocorticale insufficiëntie 
-    gebieden in de schildklier die ongecontroleerd hoeveelheden schildklierhormoon produceren (schildklierautonomie). 
 
100 microgram, 150 microgram, 200 microgram: 
Deze aandoeningen dienen ook uitgesloten of behandeld te zijn voordat er een schildkliersuppressietest uitgevoerd wordt, met uitzondering van schildklierautonomie, wat een reden kan zijn om een suppressietest uit te voeren. 
 
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel? 
Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt. 
-    Als u coronaire hartaandoeningen, een zwakke hartspier, hartritmestoornissen met een snelle 
hartslag, chronisch langzaam werkende schildklier of bij patiënten die een hartaanval hebben gehad. 
Bepaalde bewaking is nodig voor mildere symptomen van een overactieve schildklier veroorzaakt door de toediening van dit middel, om zo enorm hoge hormoonwaarden in het bloed te voorkomen. In deze gevallen moet vaker de schildklierwaarden worden gecontroleerd (zie rubriek 3. Hoe gebruikt u dit middel?). 
-    Als u een langzame schildklierfunctie heeft als gevolg van een aandoening van de hypofyse. Controles moeten gedaan worden om uit te vinden of de patiënt ook een adrenocorticale insufficiëntie heeft. Deze aandoening moet behandeld worden (hydrocortison) voordat de behandeling met schildklierhormoon gestart wordt. 
-    Als er een vermoeden is voor het hebben van gebieden in uw schildklier die ongecontroleerd 
schildklierhormoon produceren. Meer onderzoek naar het regulatieproces van de schildklier moet gedaan worden voordat de behandeling van start gaat. 
-    Wanneer vrouwen na de menopauze worden behandeld die een kans hebben op broze botten (osteoporose). De schildklierfunctie moet regelmatig gecontroleerd worden om een stijging aan levothyroxine in het bloed te voorkomen. 
-    Als u suikerziekte heeft, omdat de dosering van uw geneesmiddel tegen suikerziekte misschien 
aangepast moet worden. 
-    Als u epilepsie heeft (toevallen). Toevallen zijn zelden voorgekomen bij het starten van de 
levothyroxine behandeling. 
-    Als uw kind een schilklierhormoonvervangende behandeling krijgt kan gedeeltelijk verlies van het 
haar voorkomen tijdens de eerste paar maanden van het gebruik van dit middel. Dit is meestal voorbijgaand en het haar groeit gewoonlijk weer aan. 
 
U moet dit middel niet gebruiken om gewicht te verliezen. Als uw schildklierhormoonwaarden op een normaal niveau liggen zal het extra innemen van schildklierhormoon niet bijdragen aan gewichtsverlies. Deze extra inname kan zorgen voor ernstige tot levensbedreigende bijwerkingen, voornamelijk in combinatie met bepaalde middelen voor gewichtsverlies. 
 
Als u dit middel gebruikt moet u niet overstappen op een ander middel dat levothyroxine bevat, behalve als u onder controle bent van een arts en als uw waarden uit laboratoriumonderzoeken gecontroleerd worden. 
 
Als u behandeld wordt met bepaalde antistollingsmiddelen, raadpleeg dan de informatie in rubriek “Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?”. 
 
Ouderen 
Bij ouderen moet de dosis zorgvuldig en individueel worden bepaald, bijvoorbeeld voor patiënten met hartaandoeningen. Zij moeten onder controle zijn van een arts. 
 
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen? 

Gebruikt u naast Levothyroxinenatrium  nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.  
 
Dit middel heeft invloed op de effectiviteit van de volgende geneesmiddelen of geneesmiddelgroepen: 
 
Bloedsuikerverlagende geneesmiddelen (antidiabetica) 
Levothyroxine (de werkzame stof van dit middel) kan het effect verminderen van uw bloedsuikerverlagend geneesmiddel. Vooral aan het begin van de behandeling met de schildklierhormoon therapie, moeten de bloedsuikerspiegels van patiënten met diabetes regelmatig worden gemonitord en moet de dosis van uw antidiabetisch geneesmiddel indien nodig worden aangepast.  
 
Bloedverdunnende geneesmiddelen (coumarinederivaten) 
Levothyroxine kan het effect verhogen van bloedverdunnende middelen (coumarinederivaten) vanwege het verplaatsen van de plasma-eiwitbinding. Bij een gecombineerde behandeling moet de bloedstolling regelmatig gecontroleerd worden; indien nodig moet de dosis van het bloedverdunnende middel worden aangepast (verlaging van de dosis).  
 
De werking van Levothyroxinenatrium  kan beïnvloed worden door andere middelen: 
 
Ionenuitwisselende resinen  
Middelen om de vetwaarden in het bloed te verlagen (colestyramine, colestipol, colesevelam) of het verwijderen van hoge kaliumwaarden in het bloed (calciumzouten en natriumzouten van polystyreen sulfonzuur) remmen de absorptie van levothyroxine in de darm. Daarom moeten deze middelen 4 – 5 uur na het toedienen van dit middel worden ingenomen.  
 
Maagzuurbindende middelen die aluminium, ijzer en calciumcarbonaat bevatten 
Middelen die aluminium bevatten om maagzuur te binden (antacida, sucralfaten); ijzer bevattende middelen en calciumcarbonaat kunnen de absorptie van levothyroxine in de darm verminderen. Daarom moet Levothyroxinenatrium  minstens twee uur voor deze middelen worden ingenomen. 
 
Propylthiouracil (middelen gebruikt voor een overactieve schildklier), glucocorticoïden (bijnierschorshormoon) en bèta-sympatholytica (middelen die de hartslag verminderen en de bloeddruk verlagen). 
Deze stoffen remmen de omzetting van levothyroxine naar liothyronine, de meer actieve vorm. 
 
Amiodaron (middel dat wordt gebruikt om hartritmestoornissen te behandelen) en contraststoffen die jodium bevatten, kunnen vanwege hun hoge jodiumconcentratie zowel een overactieve als minderactieve schildklierfunctie veroorzaken. Bijzondere voorzichtigheid is geboden bij patiënten met nodulair struma met mogelijk niet-gediagnosticeerde gebieden met een ongecontroleerde hormoonproductie (autonomie). Vanwege dit effect van amiodaron op de schildklierfunctie, kan een dosisaanpassing van dit middel nodig zijn. 
 
De eiwitbinding van levothyroxine kan verstoord worden door salicylaten (koortsverlagende middelen en pijnstillers), dicoumarol (een antistollingsmiddel), hoge dosering (250 mg) furosemide (een plaspil), clofibraat (middel om hoge vetwaarden te verlagen in het bloed), fenytoïne (middel gebruikt bij toevallen en hartritmestoornissen) en andere middelen. Dit kan leiden tot een stijging van de concentratie vrij thyroxine in het bloed. 
 
Anticonceptiemiddelen met oestrogeen, middelen gebruikt bij hormoonvervangende therapie na de menopauze 
Bij vrouwen die anticonceptiemiddelen met oestrogeen (“de pil”) gebruiken en bij vrouwen die een hormoonvervangende therapie krijgen na de menopauze, kan een verhoogde voorschrijving van levothyroxine nodig zijn.   
Sertraline (een antidepressivum), chloroquine/proguanil (middelen gebruikt bij malaria en reumatoïde aandoeningen) 
Deze stoffen verminderen de werkzaamheid van levothyroxine en leiden tot een stijging van serumTSH-waarden.  
 
Tricyclische antidepressiva (zoals amitriptyline, imipramine) 
Uw reactie op tricyclische antidepressiva kan verhogen als u ook Levothyroxinenatrium  inneemt, omdat het de receptorgevoeligheid voor catecholamines doet toenemen. 
 
Imitanib (gebruikt voor de behandeling van kanker) 
Dit middel kan de concentraties van levothyroxine (thyroxine) in het bloed doen dalen. 
 
Digitalis preparaten (digoxine, gebruikt bij hartaandoeningen) 

Als u een levothyroxine behandeling start en ook digitalis preparaten gebruikt, kan het nodig zijn dat uw arts de dosis digitalis aanpast. Bij hyperthyroïde patiënten kan het nodig zijn tijdens de behandeling de digitalis dosering in stappen te verhogen omdat deze patiënten relatief gevoelig zijn voor digoxine. 
 
Sympathomimetica (zoals adrenaline) 
Wanneer sympathomimetica tegelijk worden gebruikt met levothyroxine zal hun effect versterken.  
 
Geneesmiddelen met enzym-inducerend effect 
Barbituraten (bepaalde slaapmiddelen), rifampicine (een antibioticum), carbamazepine (middel om toevallen te behandelen) en bepaalde geneesmiddelen kunnen de afbraak en uitscheiding van levothyroxine door de lever versnellen.  
 
Proteaseremmers (middelen om HIV infecties te behandelen) 
Er zijn meldingen waaruit naar voren komt dat de therapeutische werkzaamheid van levothyroxine verdwijnt als tegelijkertijd lopinavir/ritonavir wordt gebruikt. Daarom is nauwkeurige monitoring van de schildklierfunctie nodig bij patiënten die tegelijkertijd levothyroxine en proteaseremmers gebruiken.  
 
Orlistat (een middel om obesitas te behandelen) 
Bij gelijktijdige inname van orlistat en levothyroxine kan in zeldzame gevallen een langzaam werkende schildklier (hypothyreoïdie en/of een verminderde controle over hypothyreoïdie) optreden.  
 
Waarop moet u letten met eten en drinken? 
Sojaproducten kunnen de absorptie in de darmen van levothyroxine verminderen. Bij kinderen zijn er gevallen van verhogingen in TSH (schildklier stimulerend hormoon) waarden wanneer zij een dieet met soja volgden en de behandeling met levothyroxine begonnen tegen congenitale hypothyroïdisme. Ongewoon hoge doseringen van dit middel kunnen nodig zijn om normale serum waarden levothyroxine en TSH te bereiken. Tijdens en na het beëindigen van een soja dieet moeten de T4 en TSH waarden zorgvuldig worden gemonitord en kan een dosisaanpassing van dit middel nodig zijn. 
 
Zwangerschap en borstvoeding 
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. 
 
Vooral tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding moet de toediening van 
schildklierhormonen consistent gebeuren onder toezicht van de behandelend arts. Ondanks veelvuldig gebruik tijdens de zwangerschap zijn er geen ongewenste effecten op de zwangerschap of foetale/neonatale gezondheid voorgekomen bij het gebruik met levothyroxine. 
 
De behoefte aan levothyroxine kan tijdens de zwangerschap vergroten vanwege oestrogenen (vrouwelijke geslachtshormonen). De schildklierfunctie moet daarom gecontroleerd worden tijdens en na de zwangerschap en hierop moet de dosering levothyroxine worden aangepast. 
 
Tijdens een behandeling met hoge doses levothyroxine is de hoeveelheid schildklierhormoon dat wordt uitgescheiden via de moedermelk zeer laag en daarom niet schadelijk. 
 
100 microgram, 150 microgram, 200 microgram 
Suppressietesten moeten niet uitgevoerd worden tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding. 
 
Rijvaardigheid en het gebruik van machines  
Er zijn geen beschikbare onderzoeken over de invloed van levothyroxine op de rijvaardigheid en het gebruik van machines. Omdat levothyroxine identiek is aan het natuurlijke schildklierhormoon wordt niet verwacht dat dit middel invloed heeft op de rijvaardigheid en het gebruik van machines. 

3. Hoe gebruikt u dit middel? 

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.  
 
De individuele dagelijkse dosis moet worden bepaald met behulp van diagnostisch laboratorium testen en van klinisch onderzoek. 
 
Als er schildklierfunctie blijft bestaan kan een lagere vervangingsdosis nodig zijn. 
 
Bij oudere patiënten, patiënten met coronair hartlijden en patiënten met ernstige of chronische hypothyroïdie, is voorzichtigheid geboden bij het starten van een behandeling met schildklierhormonen. Dit betekent dat een lage startdosis moet worden voorgeschreven, die vervolgens langzaam moet worden verhoogd in verlengde intervallen, met frequente monitoring van de schildklierhormoonwaarden. Ervaring laat zien dat lagere doses ook voldoende zijn voor patiënten met een laag lichaamsgewicht en patiënten met een grote krop. 
 
Dosering 
Voor een individuele behandeling zijn er tabletten beschikbaar van 25 microgram tot 200 microgram levothyroxinenatrium. In de meeste gevallen zal er daarom één tablet per dag ingenomen moeten worden. 
 
Voor de behandeling van een minder actieve schildklier nemen volwassenen 25-50 microgram levothyroxinenatrium per dag. Als uw arts het voorschrijft kan deze dosis verhoogd worden met 25-50 microgram levothyroxinenatrium per dag met een interval van 2 tot 4 weken, met een maximale dosering van 100-200 microgram levothyroxinenatrium. 
 
Voor de preventie van terugkerende struma na een struma verwijdering en voor de behandeling van goedaardige struma zal 75-200 microgram levothyroxinenatrium per dag ingenomen moeten worden. 
 
25 microgram, 50 microgram, 75 microgram 
Bij ondersteunende therapie voor de behandeling van een te snel werkende schildklier dagelijks 50-100 microgram levothyroxinenatrium innemen. 
 
Na een schildklieroperatie bij een kwaadaardige schildkliertumor, is de dagelijks dosis 150-300 microgram levothyroxinenatrium. 
 
100 microgram 
Bij ondersteunende therapie voor de behandeling van een te snel werkende schildklier dagelijks 50-100 microgram levothyroxinenatrium innemen. 
 
Na een schildklieroperatie bij een kwaadaardige schildkliertumor dagelijks 150-300 microgram levothyroxinenatrium innemen. 
 
Bij een schildkliersuppressietest wordt dagelijks 200 microgram levothyroxinenatrium gedurende 14 dagen totdat het scannen van toegediende radio-actieve deeltjes in het lichaam is gedaan. 
 
125 microgram 
Na een schildklieroperatie bij een kwaadaardige schildkliertumor dagelijks 150-300 microgram levothyroxinenatrium innemen. 
 
150 microgram 
Na een schildklieroperatie bij een kwaadaardige schildkliertumor dagelijks 150-300 microgram levothyroxinenatrium innemen. 
 
Bij een schildkliersuppressietest wordt dagelijks 150 microgram levothyroxinenatrium gedurende 14 dagen totdat het scannen van toegediende radio-actieve deeltjes in het lichaam is gedaan. 
 
175 microgram 
Na een schildklieroperatie bij een kwaadaardige schildkliertumor dagelijks 150-300 microgram levothyroxinenatrium innemen. 
 
200 microgram 
Na een schildklieroperatie bij een kwaadaardige schildkliertumor dagelijks 150-300 microgram levothyroxinenatrium innemen. 
 
Bij een schildkliersuppressietest wordt dagelijks 200 microgram levothyroxinenatrium gedurende 14 dagen totdat het scannen van toegediende radio-actieve deeltjes in het lichaam is gedaan. 
 
De tablet kan verdeeld worden in gelijke doses. 
 
Indien van toepassing, wordt aanbevolen om een doseringsvorm te gebruiken met een lager gehalte aan actieve stof voor het beginnen van de behandeling en het verhogen van de dosis bij volwassenen en voor de behandeling van kinderen. 
 
Gebruik bij kinderen 
Voor pasgeborene en zuigelingen met aangeboren schildklierhormoon deficiëntie, waarbij het bijzonder belangrijk is om zo snel mogelijk met de start van de behandeling te beginnen om een normale geestelijke en lichamelijke ontwikkeling te bereiken, is de aanbevolen dosering 10 tot 15 microgram/kg lichaamsgewicht/dag gedurende de eerste 3 maanden. Daarna moet de dosis individueel worden aangepast op basis van de klinische bevindingen en de schildklierhormoon- en TSH-waarden in het bloed. 
 
Kinderen met verworven hypothyroïdisme beginnen met 12,5-50 microgram levothyroxinenatrium per dag. De dosis moet geleidelijk iedere 2 tot 4 weken verhoogd worden, afhankelijk van de klinische resultaten en schildklierhormoon- en TSH-waarden die gemeten worden in het bloed. Totdat de volledige vervangingsdosis is bereikt. De dosering, als ook de andere waarden bij lange termijn behandeling, zal afhankelijk zijn van de leeftijd en lichaamsgewicht van het kind. 
 
Tijdens de eerste zes maanden na de geboorte is de meting van levothyroxinebloedwaarden meer betrouwbaar als controle dan TSH-bloedwaarden (schildklierstimulerend hormoon). In individuele gevallen kan het tot 2 jaar duren voordat de TSH-waarden genormaliseerd zijn, ondanks adequate toediening van levothyroxine. 
 
Wijze van toediening 
De totale dagelijkse dosis moet genomen worden in de ochtend op een lege maag, minstens een half uur voor het ontbijt omdat de werkzame stof beter opgenomen wordt op een lege maag in plaats van voor of na een maaltijd. De tabletten dienen geheel worden doorgeslikt zonder te kauwen met voldoende vloeistof (bijvoorbeeld een glas water). 
Kinderen moeten de dosis minstens een half uur voor de eerste maaltijd van de dag innemen. De tablet kan hierbij worden opgelost in wat water, de oplossing wordt dan vermengd met wat meer water voor de toediening (let op: elke dosis dient vers bereid te worden). 
 
Duur van de behandeling 
U moet dit middel gebruiken zolang als uw arts dit voorschrijft. 
-    Als u een te traag werkende schildklier hebt of een schildklieroperatie hebt ondergaan voor een 
kwaadaardige tumor van de schildklier, moet u dit middel meestal uw hele leven lang gebruiken.  
-    Voor goedaardige struma en voor de preventie van terugkerende strumagroei, moet u dit middel 
gebruiken gedurende een periode die varieert van een aantal maanden of jaren tot de rest van uw leven.  
-    Bij ondersteunende therapie voor de behandeling van een te snel werkende schildklier moet u dit 
middel zo lang gebruiken als u een thyrostatische geneesmiddel gebruikt.  
-    Voor de behandeling van goedaardige struma met een normale schildklierfunctie is een 
behandelingsperiode van 6 maanden tot 2 jaar noodzakelijk. Als de behandeling met dit middel binnen die periode nog niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd, moeten andere behandelingsopties worden overwogen.  
 
Heeft u te veel van dit middel gebruikt? 
Symptomen van een overactieve schildklier kunnen voorkomen in het geval van overdosering (zie rubriek 4: Mogelijke bijwerkingen). Raadpleeg uw arts als dit voorkomt. 
 
Bent u vergeten dit middel te gebruiken? 
Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Blijf uw tabletten regelmatig innemen zoals voorgeschreven. 
 
Als u stopt met het gebruik van dit middel 
Om uw behandeling succesvol te laten zijn, moet u dit middel regelmatig innemen zoals voorgeschreven door uw arts. U moet in geen geval de behandeling veranderen, uitstellen of stoppen zonder dit met uw arts te bespreken. Symptomen van de aandoening kunnen terugkomen bij het uitstellen of stoppen van de behandeling voordat dit zou moeten. De aard van deze symptomen is afhankelijk van de onderliggende aandoening. 
 
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 

4. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. 
 
Alle geneesmiddelen kunnen allergische reacties veroorzaken, echter komen ernstige allergische reacties zelden voor. Plotselinge kortademigheid, moeite met ademen, zwelling van de oogleden, gezicht, lippen, mond of keel, huiduitslag of jeuk (vooral wanneer het op het gehele lichaam voorkomt) moet u onmiddellijk melden aan uw arts. 
 
Als dit middel correct gebruikt wordt, worden er geen bijwerkingen verwacht. Als de doseringssterkte in bepaalde gevallen niet wordt verdragen, of in het geval van een overdosering, kunnen symptomen typerend voor een overactieve schildklier voorkomen, vooral als de dosis te snel vanaf het starten van de behandeling wordt opgehoogd. 
 
Frequentie is niet bekend, kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald: 
-    hoofdpijn, blozen, overmatig zweten 
-    gewichtsverlies 
-    trillen (tremor), rusteloosheid, opgewonden zijn 
-    moeite met slapen 
-    snelle hartslag (tachycardie) of pijn in de borst met een beklemmend gevoel (angina) 
-    onregelmatige hartslag, bonzende hartslag (palpitaties) 
-    hoge bloeddruk (hypertensie), hartfalen, hartaanval 
-    kortademigheid (dyspneu) 
-    verhoogde eetlust, misselijkheid, braken, diarree, buikkramp 
-    spierzwakte en spierkrampen 
-    koorts 
-    intolerant zijn voor warmte 
-    mild haarverlies bij kinderen 
-    onregelmatig menstrueren bij vrouwen. 
 
Raadpleeg uw arts als bovenstaande bijwerkingen bij u voorkomen. Deze bijwerkingen verdwijnen vaak wanneer de dosis wordt aangepast. Verhoogde druk in de hersenen (vooral bij kinderen) kunnen ook geobserveerd worden als atypische symptomen. 
 
Bij kinderen kan een overdosering levothyroxine een te vroege fusie van de schedelbeenderen en vroegtijdig (prematuur) stoppen van de groei veroorzaken. 
 
In geval van overgevoeligheid voor levothyroxinenatrium of andere ingrediënten in dit middel kunnen allergische reacties van de huid en luchtwegen voorkomen. 
 
Behandeling van overdosering 
Raadpleeg uw arts als bijwerkingen voorkomen. Hij/zij zal beslissen of de dosis verlaagd moet worden of dat u een aantal dagen stopt met het innemen van de tabletten. Zodra de bijwerkingen zijn verdwenen kan de behandeling weer gestart worden met een gecontroleerde dosis. 
 
Krijgt u veel last van één van de bijwerkingen? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 

5. Hoe bewaart u dit middel? 

25 microgram tablet (PA/Al/PVC/Al-Aluminium blisterverpakking) 
Bewaren beneden 25°C  
 
50 microgram, 75 microgram, 100 microgram, 125 microgram, 150 microgram, 175 microgram, 200 microgram (PVC/PVDC witte-Aluminium blisterverpakkingen) 
Bewaren beneden 25°C  
 
Flessen 
Bewaren beneden 30°C  
Dit middel moet binnen 12 maanden na de eerste opening van de fles gebruikt worden. 
 
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden. 
 
Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de verpakking na 
`EXP`. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum. 
 
Gebruik dit middel niet als u merkt dat er zichtbare tekenen van bederf aanwezig zijn. 
 
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht. 

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel? 
-    De werkzame stof in dit middel is levothyroxinenatrium 
25 microgram: Elke tablet bevat 25 microgram levothyroxinenatrium 
50 microgram: Elke tablet bevat 50 microgram levothyroxinenatrium 
75 microgram: Elke tablet bevat 75 microgram levothyroxinenatrium 
100 microgram: Elke tablet bevat 100 microgram levothyroxinenatrium 
125 microgram: Elke tablet bevat 125 microgram levothyroxinenatrium 
150 microgram: Elke tablet bevat 150 microgram levothyroxinenatrium 
175 microgram: Elke tablet bevat 175 microgram levothyroxinenatrium 
200 microgram: Elke tablet bevat 200 microgram levothyroxinenatrium 
-    De andere stoffen in dit middel zijn maïszetmeel, gepregelatineerde maïszetmeel, microkristallijne 
cellulose, watervrij colloidaal silicum, magnesiumstearaat. 
 
Levothyroxinenatrium  is verkrijgbaar in de volgende verpakkingsgrootten: 20, 28, 30, 50, 56, 60, 
84, 90, 100, 112 en 250 tabletten in blisterverpakkingen, 50 tabletten in eenheidsafleververpakkingen, 98 tabletten in kalenderverpakkingen en 28, 50, 56, 100, 112, 250, 500 en 1000 tabletten in flessen. 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.