Lisinopril

Lisinopril

Lisinopril  behoort tot de groep van de zogenaamde ACE-remmers. Het zorgt ervoor dat de werking van bepaalde enzymen afgeremd wordt. Hierdoor is Lisinopril werkzaam bij de behandeling van bepaalde aandoeningen van het hart en een verhoogde bloeddruk. Meer info

Dokteronline.com regelt of verkoopt geen medicijnen. Op uw verzoek regelen wij voor u een consult met een geregistreerde onafhankelijke EU-arts. Aan de hand van uw antwoorden op de online medische vragenlijst en de door u opgegeven voorkeuren, beoordeelt deze arts of aan u een recept voor een medische behandeling mag worden uitgeschreven. Bezoek de website van Blueclinic voor de actuele prijzen van de medische behandelingen.
Kosten opdracht is incl. BTW.

Dienst
Kosten opdracht *
Dienst – Kosten opdracht *

1. Wat is Lisinopril en waarvoor wordt dit middel gebruikt? 

Lisinopril  behoort tot de groep van de zogenaamde ACE-remmers. Het zorgt ervoor dat de werking van bepaalde enzymen afgeremd wordt. Hierdoor is Lisinopril werkzaam bij de behandeling van bepaalde aandoeningen van het hart en een verhoogde bloeddruk. 
 
Dit geneesmiddel is bestemd voor patiënten die last hebben van één of meer van onderstaande klachten: 
-    verhoogde bloeddruk 
-    bij hartzwakte, als toevoeging aan plasmiddelen en digoxine. 
-    na een hart infarct 
-    bij patiënten met suikerziekte die tevens bepaalde nierproblemen hebben (diabetische nefropathie). 

2.  Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? 

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?   
-    U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6. 
-    U bent allergisch voor middelen uit dezelfde groep (ACE-remmers) waardoor zwelling van handen, voeten, enkels of van het gezicht, lippen, tong of de keel is opgetreden die het slikken of ademhalen bemoeilijkte (angioneurotisch oedeem). Ook wanneer iemand in de familie een vergelijkbare reactie heeft gehad (met onbekende oorzaak). 
-    Tijdens de laatste 6 maanden van de zwangerschap het is beter om Lisinopril ook aan het begin van de zwangerschap te vermijden - zie ook ‘Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid’). 
-    U heeft diabetes of een nierfunctiestoornis en u wordt behandeld met een bloeddrukverlagend geneesmiddel dat aliskiren bevat. 
 
Neem contact op met uw arts wanneer u last heeft van één van deze aandoeningen. 
 
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?   
Neem contact op met uw arts,apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel inneemt: 
-    als u een vernauwing (stenose) van de aorta (een slagader) heeft of een vernauwing van de hartkleppen (mitraliskleppen). 
-    als u een vernauwing (stenose) van de nierslagader heeft. 
-    als de dikte van uw hartspier is toegenomen (hypertrofische cardiomyopathie). 
-    als u problemen heeft met uw bloedvaten (collageen-vaatziekte). 
-    als u een lage bloeddruk heeft. U kunt dit merken aan een duizelig of licht gevoel in het hoofd, met name bij het opstaan. 
-    als u nierproblemen heeft of als u wordt gedialyseerd: zal een aangepaste (lagere) dosering nodig zijn. Controle van de nierfunctie is noodzakelijk. Na een hartinfarct moet bij nierfunctiestoornissen niet gestart worden met Lisinopril. Treedt een nierfunctiestoornis op tijdens de behandeling met Lisinopril dan zal de behandeling mogelijk gestopt moeten worden. 
-    als u leverproblemen heeft. 
-    als u suikerziekte (diabetes) heeft. 
-    als u onlangs diarree heeft gehad of heeft overgegeven. 
-    als uw arts u een zoutarm dieet heeft voorgeschreven. 
-    als u een hoog cholesterolgehalte in het bloed heeft en met low-density-lipoproteins (LDL-)aferese wordt behandeld. 
-    u moet uw arts inlichten wanneer u denkt dat u zwanger bent of zwanger wilt worden. Lisinopril wordt niet aanbevolen in de vroege zwangerschap en het mag niet worden gebruikt als u langer dan 3 maanden zwanger bent, omdat het dan zeer schadelijk voor het kind kan zijn (zie de rubriek ‘Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid’). 
-    als u een donkere huidskleur heeft, omdat dit geneesmiddel bij mensen met een donkere      huidskleur minder effectief kan zijn. Ook heeft u meer kans op de bijwerking angiooedeem (een ernstige allergische reactie). 
-    als u een van de volgende geneesmiddelen voor de behandeling van hoge bloeddruk inneemt: 
-    een angiotensine II-receptorantagonist (ARB’s) (Ook bekend als sartans- bijvoorbeeld valsartan, telmesartan, irbesartan), in het bijzonder als u diabetes gerelateerde nierproblemen heeft 
-    aliskiren 
 
Uw arts zal mogelijk regelmatig uw nierfunctie, bloeddruk en het aantal elektrolyten (bv Kalium) in uw bloed controleren. Zie ook de informatie in de rubriek “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?” 
 
Als een van de volgende geneesmiddelen inneemt, is het risico op angoi-oedeem (een snelle zwelling onder de huid in gebieden zoals de keel) verhoogd: 
-    sirolimus, everolimus en andere geneesmiddelen die behoren tot de klasse van mTOR-remmers (gebruikt om de afstoting van getransplanteerde organen te voorkomen) 
 
Als u twijfelt of één van de bovenstaande situaties op u van toepassing is, raadpleeg dan uw arts of apotheker voordat u begint met het gebruik van dit geneesmiddel.  
 
Behandeling van allergieën zoals insectensteken  Vertel het uw arts als u een behandeling krijgt om het effect van een allergie, zoals een insectensteek, te verminderen (desensibilisatiebehandeling). U kunt een ernstige allergische reactie krijgen als u dit geneesmiddel gebruikt tijdens zo’n behandeling. Bij zwelling van  het gezicht, lippen, tong of de keel die het slikken of ademhalen bemoeilijkt (angioneurotisch oedeem) moet u het gebruik van Lisinopril staken (zie ook de rubriek ‘Mogelijke bijwerkingen’). 
Ernstige overgevoeligheidsreacties kunnen voorkomen bij patiënten die Lisinopril gebruiken en tegelijkertijd ingeënt worden tegen bijvoorbeeld bijen- of wespengif. Ook bij patiënten die gedialyseerd worden met ‘high-flux’-membranen en tegelijkertijd behandeld worden met Lisinopril kunnen ernstige overgevoeligheidsreacties optreden. 
Een prikkelhoest kan voorkomen, deze verdwijnt na het staken van de behandeling. 
 
Operaties  Moet u geopereerd worden (ook aan uw gebit) informeer dan uw arts over uw gebruik van Lisinopril. Tijdens het gebruik van Lisinopril kunt u namelijk een verlaagde bloeddruk krijgen als bepaalde verdovings- of narcosemiddelen aan u worden toegediend. 
 
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?  Gebruikt u nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. 
 
Sommige medicijnen kunnen namelijk elkaars werking versterken of verzwakken of mogen om andere redenen niet gelijktijdig gebruikt worden.  
 
Er zijn medicijnen waarvan bekend is dat zij een wisselwerking met Lisinopril kunnen hebben. Uw arts kan uw dosis aanpassen en/of andere voorzorgsmaatregelen nemen als u een van de volgende middelen inneemt: 
-    andere bloeddruk verlagende middelen, met name plasmiddelen; het bloeddruk verlagend effect wordt doorgaans vergroot. Bij sommige patiënten kan deze wisselwerking juist gewenst zijn. 
-    angiotensine II antagonist (ARB) of aliskiren (zie ook de informatie in de rubrieken “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken? en “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel”) 
-    geneesmiddelen om bloedstolsels af te breken (deze worden meestal in het ziekenhuis gegeven). 
-    zogenaamde bètablokkers, zoals atenolol en propranolol; 
-    geneesmiddelen die nitraten bevatten (gebruikt bij hartproblemen). 
-    zogenaamde NSAID’s, die gebruikt worden als pijnstiller en bij de behandeling van artritis: de bloeddrukverlagende werking van Lisinopril kan afnemen. Ook kan een verminderde nierfunctie verder verslechteren. 
-    aspirine (acetylsalicylzuur), indien u meer dan 3 gram per dag gebruikt. 
-    geneesmiddelen tegen neerslachtigheid en andere psychische problemen: de bloeddruk kan nog verder verlagen. 
-    lithium (middel bij bepaalde vorm van ernstige neerslachtigheid): de hoeveelheid lithium in het bloed kan toenemen en moet daarom regelmatig gecontroleerd worden. 
-    insuline of geneesmiddelen tegen diabetes (suikerziekte) die u via de mond inneemt: het effect van deze middelen kan, met name in de eerste weken maar ook bij patiënten met nierproblemen, versterkt worden.   
-    kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutvervangers, diuretica (plastabletten, met name de zogenaamde kaliumsparende), andere geneesmiddelen die het kaliumgehalte in uw lichaam kunnen verhogen (zoals heparine en co-trimoxazol, ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol). 
-    geneesmiddelen ter behandeling van astma. 
-    geneesmiddelen ter behandeling van verstoppingen in de neus of de voorhoofdsholte, of andere geneesmiddelen bij verkoudheid (inclusief geneesmiddelen die u zonder recept kunt krijgen). 
-    geneesmiddelen om de afweerreactie van het lichaam te onderdrukken (immunosuppressiva). 
-    allopurinol (gebruikt bij jicht). 
-    procaïnamide (gebruikt bij hartritmestoornissen). 
-    geneesmiddelen die goud bevatten, zoals natriumaurothiomalaat, die u als injectie krijgt toegediend. 
-    geneesmiddelen die die meestal worden gebruikt om afstoting van getransplanteerde organen te voorkomen (sirolimus, everolimus en andere geneesmiddelen die behoren tot de klasse van mTOR-remmers). Zie de rubriek “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?” 

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid  Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.  
 
Zwangerschap  Meestal zal uw arts u adviseren in plaats van Lisinopril  een ander geneesmiddel te gebruiken, omdat dit middel niet aanbevolen wordt voor gebruik tijdens het begin van de zwangerschap en ernstige nadelige effecten voor de baby kan hebben bij gebruik vanaf een zwangerschapsduur van drie maanden. Dit geneesmiddel mag niet gebruikt worden tijdens het 2e en 3e trimester van de zwangerschap. Gewoonlijk zal aan u een ander geschikt bloeddrukverlagend medicijn in plaats van Lisinopril  worden voorgeschreven als u zwanger wilt worden.  
Gewoonlijk zal uw arts u adviseren te stoppen met het gebruik van dit middel zodra u weet dat u zwanger bent. Als u zwanger wordt tijdens de behandeling met dit middel moet u onmiddellijk contact opnemen met uw arts. 
 
Borstvoeding  Vertel uw arts als u borstvoeding geeft of wilt gaan geven. Dit geneesmiddel wordt niet aanbevolen voor moeders die borstvoeding geven. Uw arts kan een andere behandeling voor u kiezen als u borstvoeding wilt geven. Dit geldt met name als u baby pas geboren of te vroeg geboren is. 
 
Rijvaardigheid en het gebruik van machines  Lisinopril kan als bijwerking duizeligheid of moeheid veroorzaken. Wanneer deze bijwerking bij u optreedt, moet u hiermee rekening houden bij deelname aan het verkeer en het bedienen van (gevaarlijke) machines. 

3. Hoe gebruikt u dit middel? 

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. 
Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. Lisinopril  kan zowel voor, tijdens als na de maaltijd ingenomen worden. U kunt de tabletten het beste iedere dag op hetzelfde tijdstip met voldoende water (half glas) innemen. 
 
De tabletten Lisinopril  5 mg hebben een breukstreep aan beide zijden. De tabletten Lisinopril  10 en 20 mg hebben een breukstreep aan één zijde. De tabletten met breukstreep kunnen verdeeld worden in gelijke doses. 
 
De onderstaande doseringen worden aanbevolen: 
 
Verhoogde bloeddruk  De gewoonlijke begindosis is 10 mg Lisinopril eenmaal per dag. De gebruikelijke onderhoudsdosering is 20 mg Lisinopril eenmaal per dag. De maximale dosering is 80 mg per dag. Als u ook plastabletten gebruikt of problemen heeft met uw nieren kan de dosering door uw arts worden aangepast. De begindosering kan dan 2,5 of 5 mg zijn. 
 
Hartzwakte  De gewoonlijke begindosis is 2,5 mg Lisinopril eenmaal per dag. De gebruikelijke onderhoudsdosering is 5 mg tot 35 mg Lisinopril eenmaal per dag. 
 
Na een hart infarct  De dosering bestaat gewoonlijk uit 5 mg Lisinopril eenmaal per dag op dag 1 en 2, en vervolgens 10 mg Lisinopril eenmaal per dag. Eventueel door uw arts te verhogen tot 20 mg Lisinopril eenmaal per dag. In sommige gevallen is de begindosering 2,5 mg per dag. 
 
Bij patiënten met suikerziekte die tevens nierproblemen hebben  De gebruikelijke dosering is 10 mg of 20 mg Lisinopril eenmaal per dag. 
 
Gebruik bij kinderen vanaf 6 jaar en jongeren tot 16 jaar met hoge bloeddruk  -    Lisinopril wordt niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen jonger dan 6 jaar en bij kinderen met ernstige nierproblemen. 
-    Uw dokter zal de juiste dosis voor uw kind bepalen. Deze dosis is afhankelijk van het lichaamsgewicht van uw kind. 
-    Voor kinderen die tussen 20 en 50 kg wegen, is de gebruikelijke startdosering 2,5 mg eenmaal daags. 
-    Voor kinderen die meer dan 50 kg wegen, is de gebruikelijke startdosering 5 mg eenmaal daags. 
 
Bij ouderen met verminderde werking van de nieren 
Bij ouderen die een verminderde werking van de nieren hebben zal een lagere aanvangsdosering voorgeschreven worden. 
 
Heeft u te veel van dit middel ingenomen?  Als u teveel heeft ingenomen kan een sterk verlaagde bloeddruk optreden. Verschijnselen hiervan zijn duizeligheid en een licht gevoel in het hoofd. Als u een overdosering vermoedt, moet u onmiddellijk een arts waarschuwen. 
 
Bent u vergeten dit middel in te nemen?  Als u vergeten bent een dosis in te nemen, moet u dit zo snel mogelijk alsnog doen. Wanneer de tijd tot de volgende dosis korter is dan de tijd tot aan de vergeten dosis, hoeft u niets te doen. U kunt dan beter de vergeten dosering overslaan. 
 
Als u stopt met het innemen van dit middel  Wijzig nooit zelf de dosering. Stop ook nooit zelf de behandeling, zelfs niet als u klachten heeft. Overleg eerst met uw arts. Hij/zij kan u vertellen of u kunt stoppen en hoe u dat het beste kunt doen. 
 
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.  

4. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. 
 
Stop met het innemen van Lisinopril  en neem onmiddellijk contact op met uw arts als u last krijgt van een van de volgende verschijnselen: 
 
-    Ernstige allergische reacties (treden soms op, bij 1 tot 10 op de 1.000 gebruikers).  
     De verschijnselen zijn onder andere het plotseling optreden van: 
•    opzwelling van uw gezicht, lippen, tong of keel. Hierdoor kan het moeilijk zijn om te slikken. 
•    ernstige of plotselinge opzwelling van uw handen, voeten en enkels.
•    moeite met ademhalen. 
•    hevige jeuk aan de huid (met bultjes). 
-    Ernstige huidaandoeningen, zoals een plotselinge, onverwachte uitslag of een brandende, rode of vervellende huid (treedt zeer zelden op, bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers). 
-    Een infectie met verschijnselen zoals koorts en ernstige verslechtering van uw algehele gezondheidstoestand, of koorts met verschijnselen van een plaatselijke infectie zoals in de keel of mond of urinewegproblemen (treedt zeer zelden op, bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers). 
 
Andere mogelijke bijwerkingen:  Vaak, bij 1 tot 10 op de 100 gebruikers  -    hoofdpijn; 
-    duizeligheid of licht gevoel in het hoofd, met name bij het opstaan;
-    diarree; 
-    aanhoudende, droge hoest; 
-    overgeven; 
-    nierproblemen (aangetoond met een bloedonderzoek). 
Soms, bij 1 tot 10 op de 1.000 gebruikers  -    stemmingswisselingen; 
-    kleurveranderingen in de vingers of tenen (van lichtblauw naar rood), gevoelloosheid of tintelingen in de vingers of tenen; 
-    veranderingen in de smaakwaarneming; 
-    slaperig gevoel; 
-    draaierig gevoel (vertigo); 
-    slaapproblemen; 
-    beroerte; 
-    snelle hartslag; 
-    loopneus; 
-    misselijkheid; 
-    maagpijn of verstoorde spijsvertering; 
-    huiduitslag of jeuk; 
-    erectiestoornis (impotentie); 
-    moe of zwak gevoel (verlies van kracht); 
-    een sterke daling van de bloeddruk kan optreden bij mensen met de volgende aandoeningen: coronaire hartziekten (ziekten van het hart als gevolg van aderverkalking); vernauwing van de aorta (een slagader in het hart), van de nierslagader of hartkleppen; toegenomen dikte van de hartspier. Als dit bij u optreedt, kunt u zich duizelig voelen of een licht gevoel in het hoofd 
hebben, met name wanneer u snel opstaat; 
-    veranderingen in bloedonderzoeken naar het functioneren van de lever of de nieren;
-    hartaanval. 
Zelden optredend, bij 1 tot 10 op de 10.000 gebruikers  -    verward gevoel; 
-    huiduitslag met bultjes (galbulten); 
-    droge mond; 
-    haaruitval; 
-    terugkerende huidaandoening die gepaard gaat met schilferende, droge huiduitslag (psoriasis); 
-    ontwikkeling van borsten bij mannen; 
-    veranderingen aan sommige cellen of andere delen van uw bloed. Uw arts kan af en toe bloed afnemen om na te gaan of Lisinopril invloed heeft op uw bloed. De verschijnselen zijn onder andere: vermoeid gevoel, bleke huid, zere keel, verhoogde temperatuur (koorts), spier- en gewrichtspijn, zwelling van de gewrichten of klieren, overgevoeligheid voor zonlicht; 
-    plotseling nierfalen
-    verstoord reukvermogen. 
Zeer zelden optredend, bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers -    pijn en een vol gevoel achter de wangen en ogen (sinusitis); 
-    piepende ademhaling; 
-    laag suikergehalte in het bloed (hypoglykemie). De verschijnselen zijn onder andere: hongerig of zwak gevoel, zweten en een snelle hartslag; 
-    ontsteking van de longen. De verschijnselen zijn onder andere: hoest, kortademigheid, verhoogde temperatuur (koorts); 
-    geelkleuring van de huid of het oogwit (geelzucht); 
-    ontsteking van de lever. Dit kan leiden tot verlies van eetlust, geelkleuring van de huid of de ogen en donker gekleurde urine; 
-    ontsteking van de alvleesklier. Dit veroorzaakt matige tot ernstige pijn in de maag; 
-    ernstige huidaandoeningen. De verschijnselen zijn onder andere: rode huid, blaarvorming en vervelling; 
-    zweten; 
-    minder urine produceren of helemaal niet plassen;
-    leverfalen; 
-    bulten op de huid;
-    darmontsteking. 
Niet bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)  -    verschijnselen van ernstige neerslachtigheid (depressie); 
-    flauwvallen; 
-    laag natriumgehalte in het bloed (symptomen kunnen zijn: vermoeidheid, hoofdpijn, misselijkheid, 
braken); 
 
Bijwerkingen zijn bij kinderen doorgaans dezelfde als die bij volwassenen. 

5. Hoe bewaart u dit middel? 

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden. 
 
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht. Bewaren beneden 25C. 
 
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos en op de blisterverpakking na “EXP”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.  
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht. 

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?   
De werkzame stof in dit middel is Lisinoprildihydraat. 
Iedere tablet bevat een hoeveelheid Lisinoprildihydraat die overeenkomt met respectievelijk 2,5, 5, 10 of 20 mg Lisinopril. 
De andere stoffen in dit middel zijn mannitol, calciumwaterstoffosfaat, gepregelatineerde maïszetmeel, croscarmellosenatrium en magnesiumstearaat. 
De tabletten van 10 en 20 mg bevatten tevens de kleurstof ijzeroxide (E172). 

De tabletten zijn verkrijgbaar in blisterverpakkingen van 30 of 250 tabletten en in tablettencontainers van 1000 tabletten.