Meest voorkomende soorten kanker


Er zijn veel verschillende soorten kanker. In dit informatiedossier zetten we de meest voorkomende soorten kanker op een rij, inclusief de oorzaken/risicofactoren, symptomen en behandelmethodes in de oncologie.

Darmkanker


Darmkanker is een van de meest voorkomende soorten kanker in Nederland. De ziekte kan ontstaan in de dunne darm, maar treft meestal de dikke darm of de endeldarm (rectum). Dikkedarmkanker en endeldarmkanker ontstaan vaak uit poliepen: goedaardige gezwellen die in de darmwand groeien.

Wat zijn de oorzaken/risicofactoren?


Hoewel het wetenschappelijk (nog) niet is vastgesteld, lijkt darmkanker gerelateerd te zijn aan een westers voedingspatroon (veel rood vlees en dierlijke vetten). Ook roken, alcoholgebruik, overgewicht en te weinig bewegen lijkt de kans op het ontstaan van darmkanker te verhogen. Daarnaast is leeftijd een belangrijke factor. Darmkanker ontstaat vaak pas na het zestigste levensjaar. Bij 5 tot 10 procent van de gevallen is er sprake van een erfelijke vorm van darmkanker. Vooral als darmkanker zich op jonge leeftijd ontwikkelt, speelt erfelijkheid vaak een rol.

Symptomen darmkanker


Darmkanker (zowel dikke darmkanker als endeldarmkanker) zijn te herkennen aan symptomen als bloed in de ontlasting en een veranderend ontlastingspatroon, bijvoorbeeld obstipatie afgewisseld met diarree. Ook bloedarmoede, buikpijn, vermoeidheid en gewichtsverlies kunnen voorkomen, net als loze aandrang (aandrang zonder dat er ontlasting komt).

Behandeling darmkanker


De behandeling van darmkanker hangt af van de locatie van de tumor en het stadium van de kanker. Meestal worden de tumor en een aantal lymfeklieren chirurgisch verwijderd. Daarnaast kan er chemotherapie worden gegeven om eventuele achtergebleven kankercellen te doden. Dit verhoogt de kans op genezing en verkleint de kans op terugkeer van de kanker. Hoe eerder darmkanker behandeld wordt, hoe groter de kans op genezing. Daarom krijgen alle Nederlanders in de leeftijd van 55 tot 75 jaar om de twee jaar een oproep voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker.

Huidkanker


Huidkanker is een van de meest voorkomende soorten kanker: maar liefst een op de zes Nederlanders krijgt te maken met deze aandoening. De meest voorkomende vorm van huidkanker is het basaalcelcarcinoom (ongeveer 80% van de huidkankergevallen). Minder frequent valt de diagnose plaveiselcelcarcinoom (ongeveer 15% van de gevallen) of melanoom (ongeveer 5% van de gevallen).

Wat zijn de oorzaken/risicofactoren?


De zon is de grootste boosdoener als het gaat om huidkanker. Verbranding door zonlicht kan de huid beschadigen, net als overmatige blootstelling aan uv-straling. Vooral blanke mensen zijn gevoelig voor het ontwikkelen van huidkanker door zonlicht: zij hebben veel minder beschermend pigment in hun huid dan mensen met een donkere huidskleur. De kans op huidkanker neemt ook toe als het immuunsysteem ernstig onderdrukt is, bijvoorbeeld door ziekte of het gebruik van bepaalde medicijnen. Ook leeftijd kan een factor zijn: het risico op het ontstaan van huidkanker is groter bij oudere mensen. Bij een klein gedeelte (1 tot 5 procent) van de huidkankerpatiënten speelt erfelijkheid een rol.

Symptomen van huidkanker


Een basaalcelcarcinoom komt het vaakst voor op het gezicht of op de huid van de (kale) schedel. Vaak begint het met een glazig knobbeltje (soms met zichtbare bloedvaatjes) waarin na verloop van tijd een zweertje ontstaat met een glanzende rand. Op het zweertje ontstaan korstjes die er gemakkelijk afvallen en dan opnieuw worden gevormd.

Een plaveiselcelcarcinoom begint vaak als een lichtroze, ruw knobbeltje of een klein wondje. Er kan een wit, schilferend plekje in het midden ontstaan. Het plekje wordt langzaam maar zeker groter en kan pijnlijk aan gaan voelen. Op de lip begint een plaveiselcelcarcinoom als een witte plek die zich ontwikkelt tot een zweer of korst die niet wil genezen en gemakkelijk bloedt.

Een melanoom ontwikkelt zich vaak in een reeds bestaande moedervlek. De moedervlek verandert dan van uiterlijk en kan zich bijvoorbeeld uitbreiden, krijgt een andere kleur of vorm of gaat jeuken of bloeden.

Behandeling huidkanker


Een basaalcelcarcinoom is meestal goed te behandelen. Het risico op uitzaaiingen is klein. Het basaalcelcarcinoom kan verwijderd worden op verschillende manieren. Soms wordt het plekje weggesneden, maar het komt bijvoorbeeld ook voor dat de aangedane huid met vloeibaar stikstof wordt behandeld om het carcinoom te bevriezen en weg te schrapen.

Gaat het om een plaveiselcelcarcinoom, dan wordt het plekje meestal weggesneden. Deze behandeling wordt eventueel gecombineerd met bestraling om eventuele achtergebleven kankercellen te vernietigen.

Een melanoom wordt eigenlijk altijd operatief verwijderd. De rest van de behandeling hangt af van het stadium waarin de huidkanker zich bevindt, en of er sprake is van uitzaaiingen. Een arts kan bijvoorbeeld besluiten om chemotherapie, bestraling of immunotherapie toe te passen.

Longkanker


Longkanker kan worden onderverdeeld in twee typen: kleincellig longcarcinoom en niet-kleincellig longcarcinoom.

Bij een kleincellig longcarcinoom delen hele kleine kankercellen zich erg snel, waardoor ze zich in rap tempo kunnen verspreiden door het lichaam.

Bij de niet-kleincellig longcarcinoom gaat het om vrij grote cellen die zich langzaam uitzaaien. Dit is een van de meest voorkomende soorten kanker in de longen: tachtig procent van de mensen die longkanker hebben, lijden aan niet-kleincellig longcarcinoom.

Wat zijn de oorzaken/risicofactoren?


Roken is een van de grootste veroorzakers van longkanker. Maar liefst 86% van de longkankerpatiënten kreeg deze ziekte als gevolg van roken. Ook passief meeroken, luchtverontreiniging en de longziekte COPD kunnen het risico op longkanker verhogen.

Symptomen van longkanker


Longkanker geeft symptomen als een aanhoudende prikkelhoest, pijn in de borstkas, rug of schoudergebied, kortademigheid of aanhoudende heesheid. Soms komt er bij het hoesten wat slijm of bloed mee. Ook terugkerende longontstekingen, vermoeidheid, onverklaarbaar gewichtsverlies en een gebrek aan eetlust kunnen voorkomen.

Behandeling longkanker


Bij niet-kleincellige longkanker zijn er een aantal behandelingen mogelijk, waaronder een operatie, bestraling, chemotherapie, endobronchiale therapie en immunotherapie. De keuze voor een behandeling hangt af van de exacte locatie en het groeistadium waarin de longkanker zich bevindt.

Kleincellige longkanker wordt meestal pas in een laat stadium ontdekt. De behandelmogelijkheden zijn daardoor wat beperkter. Een operatie, chemotherapie en endobronchiale therapie behoren soms tot de opties. Is de ziekte niet meer te genezen, dan zal de arts alleen nog palliatieve behandelingen uitvoeren die gericht zijn op het remmen van de ziekte, pijnbestrijding en voorkomen van complicaties.

Lymfeklierkanker


Lymfeklierkanker ontstaat als een lymfekliercel abnormaal groeit. De lymfeklier wordt hierdoor zo groot dat de witte bloedlichaampjes niet goed meer kunnen werken. Hierdoor verzwakt het immuunsysteem en kunnen er gemakkelijk infecties optreden.

Lymfeklierkanker wordt opgedeeld in twee soorten kanker: Hodgkinlymfoom en non-Hodgkinlymfoom. Bij Hodgkinlymfoom gaat het om een duidelijke, specifieke vorm van lymfeklierkanker. Non-Hodgkin is een verzamelnaam voor andere, verschillende soorten lymfeklierkankers. 85% van de mensen die lymfeklierkanker heeft, lijdt aan de non-hodgkin variant.

Wat zijn de oorzaken/risicofactoren?


De oorzaak van lymfeklierkanker is onbekend. Hodgkinlymfoom komt relatief vaak voor in de leeftijdscategorie 20-35 jaar en bij mensen die ouder zijn dan 50. Non-Hodgkinlymfoom ontstaat vooral bij mensen die ouder zijn dan 45 jaar.

Symptomen van lymfeklierkanker


Lymfeklierkanker is onder andere te herkennen aan een of meerdere opgezwollen lymfeklieren, bijvoorbeeld in de hals, de liezen of de oksels. Andere symptomen zijn overmatig zweten (vooral nachtzweten), terugkerende perioden met onverklaarbare koorts, vermoeidheid, gebrek aan eetlust, jeuk over het hele lichaam en gewichtsverlies.

Behandeling van lymfeklierkanker


Zowel Hodgkinlymfoom als non-Hodgkinlymfoom worden behandeld met chemotherapie, bestraling of een combinatie hiervan. Soms wordt er een behandeling met immunotherapie ingezet. Ook een stamceltransplantatie behoort tot de behandelmogelijkheden.

Leukemie (bloedkanker)


Bij leukemie gaat er iets mis in de celdeling in het beenmerg waardoor witte bloedlichaampjes gaan woekeren. De afwijkende bloedcellen komen in de organen terecht, waardoor ze klachten veroorzaken. Leukemie, ook wel bloedkanker genoemd, bestaat in verschillende soorten:

Acute leukemie.
Bij deze aandoening worden er teveel witte bloedcellen gemaakt, die niet goed rijpen en desondanks toch al in het bloed komen. Hierdoor kan het afweersysteem niet goed werken. Acute leukemie wordt onderverdeeld in acute lymfatische leukemie en acute myeloïde leukemie.

Chronische leukemie.
Bij deze variant worden er teveel rijpe witte bloedcellen aangemaakt. Ook dit heeft een nadelige invloed op het afweersysteem. Chronische leukemie wordt onderverdeeld in chronische lymfatische leukemie en chronische myeloïde leukemie. Chronische lymfatische leukemie (CLL) is de meest voorkomende soort kanker in het bloed.

Wat zijn de oorzaken/risicofactoren?


De directe oorzaak van leukemie is een foutje in het DNA van de stamcel. Deze foutjes kunnen ontstaan door factoren als straling of roken, maar vaak blijft de reden voor de DNA-verandering onbekend. In sommige families komt leukemie vaker voor. Erfelijkheid speelt dus soms ook een rol.

Symptomen van leukemie


Leukemie veroorzaakt klachten als opgezette lymfeklieren, vermoeidheid, bloedingen en/of onverklaarbare blauwe plekken, koorts, gevoeligheid voor infecties, nachtelijk zweten, pijn in de botten en gewrichten, verlies van eetlust. Leukemie kan zowel bij kinderen als bij volwassenen en ouderen ontstaan.

Behandeling van leukemie


Acute leukemie is levensbedreigend en moet direct behandeld worden. Dit gebeurt met methoden als bestraling en chemotherapie. Soms is een beenmergtransplantatie of stamceltransplantatie nodig. Chronische leukemie wordt meestal eerst op zijn beloop gelaten. Zolang er weinig tot geen klachten zijn, zal er geen behandeling plaatsvinden. Wordt de aandoening toch erger, dan kan er ingegrepen worden met chemotherapie of bestraling. Helpt dit niet genoeg, dan kan stamceltransplantatie worden ingezet.

Bronnen: Kanker.nl, Nederlands kanker Instituut, Integraal Kankercentrum Nederland