Paracetamol/Codeïnefosfaat

Geneesmiddelengroep Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend.  Dit product bevat codeïne. Codeïne behoort tot een groep geneesmiddelen, genaamd opioïde analgetica, waarvan de werking gericht is op pijnverlichting. Meer info

Let op! De kosten van een eventueel voorgeschreven behandeling zijn niet inbegrepen in de consultkosten.

Dokteronline.com regelt of verkoopt geen medicijnen. Op uw verzoek regelen wij voor u een consult met een geregistreerde onafhankelijke EU-arts. Aan de hand van uw antwoorden op de online medische vragenlijst en de door u opgegeven voorkeuren, beoordeelt deze arts of aan u een recept voor een medische behandeling mag worden uitgeschreven.

1. Wat is Paracetamol/Codeïnefosfaat en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Geneesmiddelengroep

Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend. 

Dit product bevat codeïne. Codeïne behoort tot een groep geneesmiddelen, genaamd opioïde analgetica, waarvan de werking gericht is op pijnverlichting. Het kan alleen worden gebruikt of in combinatie met andere pijnstillers zoals paracetamol.

 

Gebruiken

Voor volwassenen:

  • bij koorts en pijn bij griep en verkoudheid
  • bij hoofdpijn
  • bij kiespijn
  • bij spit
  • bij zenuwpijn

Voor kinderen vanaf 12 tot 18 jaar: 

Paracetamol/Codeïne  kan worden gebruikt bij kinderen ouder dan 12 jaar voor kortdurende verlichting van matige pijn die niet kan worden verlicht door andere pijnstillers zoals alleen paracetamol of alleen ibuprofen.

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6
  • U weet dat u codeïne erg snel in morfine omzet (metaboliseert)
  • U geeft borstvoeding
  • wanneer u een leveraandoening heeft
  • wanneer u last heeft van kortademigheid, veroorzaakt door bepaalde luchtwegaandoeningen als astma en emfyseem
  • wanneer u afwijkingen of beschadigingen aan de schedel of de hersenen heeft
  • U bent jonger dan 12 jaar
  • Jongeren van 12 tot 18 jaar mogen dit middel niet gebruiken voor het bestrijden van pijn na het chirurgisch verwijderen van de amandelen (tonsillen) of neusamandelen (adenoïden) vanwege het obstructieve slaapapneusyndroom.
  • Kinderen en jongeren van 12 tot 18 jaar met een verminderde ademhalingsfunctie mogen dit middel niet gebruiken voor de behandeling van de verschijnselen van verkoudheid

 

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

  • wanneer uw lever en/of nieren minder goed werken
  • wanneer u dagelijks grote hoeveelheden alcohol gebruikt; in dit geval is er meer kans op het optreden van schadelijke effecten op de lever
  • wanneer u last heeft van aanhoudende, verergerde of terugkerende klachten; neem in deze gevallen contact op met uw arts
  • wanneer u last krijgt van bloedarmoede door te sterke afbraak van het bloed

(hemolytische anemie, zie rubriek 4 “Mogelijke bijwerkingen”)

  • wanneer u borstvoeding geeft, mag u de tabletten niet gebruiken. (zie rubriek

“Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid”)

  • langdurig of veelvuldig gebruik van Paracetamol/Codeïnefosfaat  wordt ontraden; indien uw klachten aanhouden of terugkeren dient u uw arts te raadplegen
  • het in éénmaal innemen van enkele malen de maximale dagdosis kan de lever zeer ernstig beschadigen; bewusteloosheid treedt daarbij niet op. Neem in dit geval onmiddellijk contact op met uw arts (zie rubriek 3 “Heeft u te veel van dit middel ingenomen?”)
  • wanneer u geneesmiddelen gebruikt die de werking van de lever kunnen beïnvloeden
  • wanneer u uitdrogingsverschijnselen heeft of ondervoed bent
  • wanneer u een bepaalde erfelijke aandoening heeft genaamd glucose-6fosfaathydrohenase-deficiëntie (ook bonenziekte of favisme genoemd) 
  • codeïne kan aanleiding geven tot bijwerkingen zoals slaperigheid, duizeligheid en verstopping bij ouderen. Dit kan met name een ernstig probleem zijn bij ouderen.
  • er is een verhoogd risico op vallen bij gebruik van codeïne in hogere doseringen (zie rubriek 4)
  • codeïne kan in zeldzame gevallen aanleiding geven tot verslaving
  • wanneer u hogere doseringen gebruikt. (zie rubriek 4 “Mogelijke bijwerkingen”). 
  • Gebruik bij kinderen met ademhalingsproblemen paracetamol/Codeïne wordt niet aanbevolen bij kinderen met ademhalingsproblemen, aangezien de symptomen van morfinetoxiciteit mogelijk erger kunnen zijn bij deze kinderen.

 

Ter voorkoming van obstipatie bij langdurig gebruik kan uw arts besluiten een laxeermiddel voor te schrijven. 

 

Codeïne wordt in de lever door een enzym in morfine omgezet. Morfine is de werkzame stof die de pijn verlicht. Sommige mensen hebben een afwijking aan dit enzym, wat zich op verschillende manieren kan uiten. Bij sommige mensen wordt de morfine helemaal niet of slechts in erg kleine hoeveelheden geproduceerd, waardoor het niet voldoende pijnstilling oplevert. Andere mensen lopen een groter risico op ernstige bijwerkingen omdat er een zeer grote hoeveelheid morfine wordt geproduceerd. Wanneer u een of meer van de volgende bijwerkingen ervaart, moet u de inname van dit geneesmiddel stopzetten en onmiddellijk een arts raadplegen: trage of oppervlakkige ademhaling, verwardheid, slaperigheid, kleine pupillen, misselijk zijn of overgeven, verstopping (constipatie), gebrek aan eetlust.

 

Raadpleeg uw arts als één van de bovenstaande waarschuwingen op u van toepassing is, of dat in het verleden is geweest.

 

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Paracetamol/Codeïnefosfaat  nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. 

 

Een wisselwerking wil zeggen dat (genees)middelen bij gelijktijdig gebruik elkaars werking en/of bijwerking beïnvloeden. Een wisselwerking kan optreden bij gelijktijdig gebruik van deze tabletten met:

  • slaap-en/of kalmeringsmiddelen, sterkwerkende pijnstillers en bepaalde middelen tegen depressies of andere geestelijke stoornissen; deze middelen versterken het effect van codeïne op het centraal zenuwstelsel. Dit effect op het centraal zenuwstelsel kan nog 2 weken na het stoppen met de middelen tegen depressie of andere geestelijke stoornissen voorkomen
  • bepaalde middelen tegen o.a. vallende ziekte (epilepsie) (de zogenaamde barbituraten zoals bijvoorbeeld fenobarbital); indien u deze middelen gebruikt kunnen bij overdosering van paracetamol meer schadelijke effecten optreden
  • chlooramfenicol (een middel tegen infecties); paracetamol kan de werking van dit middel beïnvloeden.
  • zidovudine (een middel ter behandeling van AIDS); bij langdurig gelijktijdig gebruik is er meer kans dat een bepaalde afwijking van het bloed (neutropenie, dat wil zeggen een tekort aan witte bloedlichaampjes gepaard gaande met verhoogde gevoeligheid voor infecties) optreedt
  • middelen die ervoor zorgen dat het bloed minder snel stolt (anticoagulantia), zoals bijvoorbeeld warfarine, dicoumarol en acenocoumarol; paracetamol kan de werking van deze middelen versterken. Zo nodig zal de arts de dosering van het antistollingsmiddel verlagen
  • cholestyramine (een middel dat gebruikt wordt bij een te hoog cholesterol gehalte); de opname van paracetamol kan verminderd worden. U moet cholestyramine niet binnen een uur na inname van paracetamol innemen.
  • domperidon en metoclopramide (middelen tegen misselijkheid en braken); deze middelen versnellen de opname van paracetamol 
  • isoniazide (middel dat gebruikt wordt voor de behandeling van tuberculose); de werking en/of schadelijkheid van paracetamol wordt mogelijk versterkt
  • lamotrigine (middel voor de behandeling van epilepsie); de werking kan mogelijk worden verminderd
  • laboratorium testen; paracetamol kan bepaalde testen beïnvloeden.

 

Paracetamol/Codeïnefosfaat  dient niet gelijktijdig met andere paracetamol bevattende producten gebruikt te worden.

 

Waarop moet u letten met eten, drinken en alcohol?

Als u dagelijks grote hoeveelheden alcohol gebruikt waardoor de lever is aangetast, kan het gebruik van Paracetamol/Codeïnefosfaat  gevaarlijk zijn.

 

Gebruik geen alcohol tijdens het gebruik van Paracetamol/Codeïnefosfaat , aangezien alcohol de kans op leverbeschadiging door paracetamol vergroot.

 

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid

 

Zwangerschap 

Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van paracetamol geen ongewenste effecten op de zwangerschap, of op de gezondheid van de foetus/pasgeborene heeft.

Codeïne komt terecht in uw ongeboren kind. Als u codeïne inneemt vlak voor de bevalling kunnen er ademhalingsproblemen ontstaan bij uw kind. Als u codeïne langdurig tijdens de zwangerschap gebruikt kan uw kind na de bevalling ontwenningsverschijnselen vertonen. Voor zover bekend geeft codeïne geen verhoogde kans op aangeboren afwijkingen. Tijdens de zwangerschap dient codeïne alleen ingenomen te worden als dit strikt noodzakelijk wordt geacht door uw arts.

 

Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.

 

Borstvoeding

Neem geen Paracetamol/Codeïnefosfaat  wanneer u borstvoeding geeft. Paracetamol/codeïne en morfine komen in de moedermelk terecht.

 

Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.

 

Vruchtbaarheid

Er zijn geen nadelige effecten van Paracetamol/Codeïnefosfaat  op de vruchtbaarheid bekend.

 

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Het gebruik van Paracetamol/Codeïnefosfaat  kan duizeligheid en sufheid tot gevolg hebben (zie rubriek 4 “Mogelijke bijwerkingen”). Als u last heeft van deze bijwerkingen, bestuur dan geen voertuigen en/of bedien geen machines die oplettendheid vereisen.

3. Hoe gebruikt u dit middel?

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 

 

Dosering en wijze van gebruik

 

Dosering

Wanneer uw arts niet anders voorschrijft, is het gebruik als volgt:

 

Volwassenen:

1-2 tabletten per keer, maximaal 6 tabletten per dag (=24 uur).

 

Nierinsufficiëntie 

In gevallen van nierinsufficiëntie dient de dosis paracetamol te worden verlaagd: 

Glomerulaire filtratie 

Dosis 

10 – 30 ml/min 

500 mg om de 6 uur 

< 10 ml/min 

500 mg om de 8 uur 

 

Leverinsufficiëntie

Bij patiënten met verminderde leverfunctie of het syndroom van Gilbert dient de dosis paracetamol te worden verlaagd of het doseringsinterval te worden verlengd. 

De effectieve dagelijkse dosis mag niet hoger zijn dan 60 mg/kg/dag (tot maximaal 2 g/dag) in de volgende situaties: 

  • volwassenen die minder dan 50 kg wegen 
  • milde tot matige leverinsufficiëntie, het syndroom van Gilbert (familiale non-hemolytische geelzucht) 
  • dehydratie 
  • chronische ondervoeding 
  • chronisch alcoholisme 

 

Kinderen van 12 tot 18 jaar:

1 tablet per keer, zo nodig om de 6 uur, maximaal 4 tabletten per dag

Dit middel is niet geschikt voor kinderen van 12 tot 18 jaar met een verminderde ademhalingsfunctie voor de behandeling van de verschijnselen verkoudheid.

 

Kinderen jonger dan 12 jaar:

Dit middel is niet geschikt voor kinderen jonger dan 12 jaar (zie rubriek “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?”).

Dit geneesmiddel mag niet langer dan 3 dagen worden gebruikt. Wanneer de pijn na 3 dagen niet beter is, moet u uw arts raadplegen.

 

Wijze van gebruik

De tabletten met een half glas water innemen.

De tabletten kunnen langs de breukstreep gebroken worden zodat het inslikken makkelijker gaat.

 

Heeft u te veel van dit middel ingenomen?

Wanneer u teveel van Paracetamol/Codeïnefosfaat  heeft ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of apotheker. 

Verschijnselen die kunnen optreden bij inname van een te hoge dosis zijn: gebrek aan eetlust, misselijkheid en braken, slaperigheid, roodkleuring van de huid, verkleining van de pupillen, jeuk, dronkemansgang, hoofdpijn, zwelling van de huid, vertraging van urinelozing en stoelgang en ademhalingsproblemen, welke pas uren later kan optreden.

Bewusteloosheid treedt meestal niet op.

Ernstige gevallen van overdosering kunnen leiden tot leverfalen, nierfalen, coma en overlijden.

De arts zal u zonodig opnemen in het ziekenhuis, waar men u eventueel een maagspoeling zal geven en u medicijnen zal toedienen. Kunstmatige beademing of het toedienen van zuurstof kan nodig zijn.

 

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Gebruik Paracetamol/Codeïnefosfaat  alleen opnieuw als de symptomen weer opkomen (koorts en pijn). 

Raadpleeg bij twijfel uw arts of apotheker.

 

Als u stopt met het innemen van dit middel

Gebruik Paracetamol/Codeïnefosfaat  alleen opnieuw als de symptomen weer opkomen (koorts en pijn). 

Raadpleeg bij twijfel altijd uw apotheker of arts.

 

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 

 

 

4. Mogelijke bijwerkingen

 

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

 

De frequenties van de hieronder genoemde bijwerkingen zijn als volgt ingedeeld:

  • Zeer vaak: komen voor bij meer dan 1 op de 10 patiënten*
  • Vaak: komen voor bij minder dan 1 op de 10 patiënten 
  • Soms: komen voor bij minder dan 1 op de 100 patiënten
  • Zelden: komen voor bij minder dan 1 op de 1000 patiënten
  • Zeer zelden: komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 patiënten
  • Niet bekend: kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

 

Bloed

Zeer zelden: zeer ernstige bloedafwijking met plotselinge hoge koorts, heftige keelpijn en zweertjes in de mond (agranulocytose)* Treedt deze bijwerking op, neem onmiddellijk contact op met uw arts. Bloedafwijking met als verschijnselen blauwe plekken en bloedingsneiging (trombocytopenie), bloedafwijking die zich uit in verhoogde gevoeligheid voor infecties (leukopenie), bloedarmoede door te sterke afbraak van het bloed (hemolytische anemie), verlaagd aantal witte en rode bloedcellen (pancytopenie).

 

Immuunsysteem

Zelden: allergische reacties, voornamelijk huiduitslag (exantheem), koorts.

Zeer zelden: ernstige allergische reactie voor bepaalde stoffen waarbij sterke daling van de bloeddruk, bleekheid, onrust, zwakke snelle pols, klamme huid en verminderd bewustzijn optreden als gevolg van een plotselinge sterke vaatverwijding (anafylactische shock).

 

Spijsvertering

Zeer zelden: verlaagd suikergehalte in het bloed, met als verschijnselen hongergevoel, zweten, duizeligheid en/of hartkloppingen (hypoglykemie)

 

Zenuwstelsel

Zelden: (ernstige) neerslachtigheid (depressie), verwarring, waarnemingen van dingen die er niet zijn (hallucinaties), trillen, hoofdpijn.

Niet bekend: sufheid, slaperigheid, duizeligheid, opwinding**, verwardheid, angst, verslaving.

Ogen

Zelden: abnormaal zicht.

Hart

Zelden: vochtophoping (oedeem).

 

Ademhaling

Niet bekend: onderdrukking van de ademhaling.

 

Maag en darmstelsel

Zelden: bloedingen, buikpijn, diarree, misselijkheid, braken.

Zeer zelden: ontsteking van de alvleesklier, met als verschijnselen heftige pijn in de bovenbuik uitstralend naar de rug en misselijkheid en braken (pancreatitis)***. Niet bekend: verstopping.

 

Lever en gal

Zelden: leverfalen, acute leverontsteking (hepatitis), abnormale werking van de lever, afsterven van de lever****, verhoging van leverenzymen, geelzucht (gele kleuring ogen en huid).

Zeer zelden: vergiftiging van de lever (hepatotoxiciteit)

 

Huid

Zelden: jeuk (pruritus), huiduitslag, zweten, bloeduitstortingen, plotselinge vochtophoping in de huid en slijmvliezen (bijv. keel of tong), ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en huiduitslag, vaak als allergische reactie (angio-oedeem), huiduitslag met hevige jeuk (netelroos) en vorming van bultjes (galbulten), allergische huidreacties.

Zeer zelden: ernstige huidreacties.

Niet bekend: ernstige huidaandoeningen met extreme roodheid, blaren, puisten en eventueel koorts (exanthemateuze pustulosis), ernstige, plotselinge allergische reactie, met als verschijnselen koorts en blaren op de huid en vervelling van de huid (toxische epidermale necrolyse), ernstige allergische reactie met hoge koorts, blaren op de huid, gewrichtspijnen en/of oogontsteking (Stevens-Johnson syndroom). Treedt één van deze bijwerkingen op, stop dan onmiddellijk met het gebruik van paracetamol/codeïnefosfaat en neem onmiddellijk contact op met uw arts of ga naar de eerste hulp afdeling van een nabijgelegen ziekenhuis.  Huiduitslag met onregelmatige rode vlekken (erythema multiforme), vochtophoping in het strottenhoofd.

 

Urinewegen en nieren

Zeer zelden: troebel urine, ernstige nierstoornissen, bloed in de urine, geen urine produceren (anurie).

Niet bekend: bepaalde aandoeningen van de nieren (tubulaire necrose, nefropathie en interstitiële nefritis).

 

Overig

Zelden: duizeligheid (exclusief draaierigheid), gevoel van onwel zijn, koorts, sufheid/slaperigheid (sedatie), overdosering, vergiftiging, geneesmiddeleninteractie. Zeer zelden: overgevoeligheidsreactie (die stopzetting van de behandeling noodzakelijk maakt), verlaagd suikergehalte in het bloed, met als verschijnselen hongergevoel, zweten, duizeligheid en/of  hartkloppingen (hypoglykemie).

 

*           na langdurig gebruik

**          bij te hoge dosering

***        in geval van overdosering

****       na zeer langdurig gebruik van hoge doses

*****  is een enkele maal na zeer langdurig gebruik van hoge doses waargenomen.

 

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5. Hoe bewaart u dit middel?

Bewaren beneden 25°C.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de verpakking na `EXP`. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die niet meer nodig zijn. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu.

 

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stoffen in dit middel zijn
  • 500 mg/10 mg: paracetamol, 500 mg per tablet en codeïnefosfaathemihydraat, 10 mg per tablet.
  • 500 mg/20 mg: paracetamol, 500 mg per tablet en codeïnefosfaathemihydraat, 20 mg per tablet.
  • 500 mg/50 mg: paracetamol, 500 mg per tablet en codeïnefosfaathemihydraat, 50 mg per tablet.
  • Paracetamol/Codeïnefosfaat betreft een generiek medicijn en wordt daarom door verschillende fabrikanten met verschillende hulpstoffen op de markt gebracht.

 

Hoe ziet Paracetamol/Codeïnefosfaat  eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Paracetamol/Codeïnefosfaat betreft een generiek medicijn en wordt daarom door verschillende fabrikanten met verschillende uiterlijke kenmerken op de markt gebracht.