Verapamil

Geneesmiddelengroep  Verapamil behoort tot de groep van de calciumantagonisten. Deze middelen hebben een vaatverwijdende werking en een effect op het ritme van het hart. Hierdoor kan er meer zuurstof bij het hart komen en treedt er tevens een bloeddrukdaling op. Meer info

Let op! De kosten van een eventueel voorgeschreven behandeling zijn niet inbegrepen in de consultkosten.

Dokteronline.com regelt of verkoopt geen medicijnen. Op uw verzoek regelen wij voor u een consult met een geregistreerde onafhankelijke EU-arts. Aan de hand van uw antwoorden op de online medische vragenlijst en de door u opgegeven voorkeuren, beoordeelt deze arts of aan u een recept voor een medische behandeling mag worden uitgeschreven.

1. Wat is Verapamil en waarvoor wordt dit middel gebruikt? 

Geneesmiddelengroep  Verapamil behoort tot de groep van de calciumantagonisten. Deze middelen hebben een vaatverwijdende werking en een effect op het ritme van het hart. Hierdoor kan er meer zuurstof bij het hart komen en treedt er tevens een bloeddrukdaling op. 
 
Gebruiken bij 
-    pijn op de borst (angina pectoris), vooral bij patiënten die geen bèta-blokkers mogen gebruiken. Bètablokkers zijn bepaalde middelen tegen hartaandoeningen en hoge bloeddruk, bijv. propranolol, atenolol, metoprolol;  
-    een lichte tot matige verhoogde bloeddruk;  
-    bepaalde hartritmestoornissen;  
-    bepaalde ziekte van de hartspier, die onder andere gepaard gaat met een toename van het hartspierweefsel (hypertrofe obstructieve cardiomyopathie);  
-    het voorkómen van een nieuw hartinfarct als u in het verleden al eens een hartinfarct heeft gehad, en u hiervoor geen bèta-blokker mag gebruiken 

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? 

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken? 

-    als u allergisch bent voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 
-    bij een sterk verminderde pompfunctie van het hart (hartfalen) 
-    bij een shock ten gevolge van een ernstige tekortschietende werking van het hart (cardiogene shock) 
-    bij een zeer trage hartslag (sinusbradycardie) 
-    bij bepaalde stoornissen van de elektrische prikkeling van het hart (een zogenaamde tweede- of derde graads AV blok 
-    bij bepaalde hartritmestoornissen (boezemfibrilleren/-fladderen) in aanwezigheid van een extra verbinding tussen boezem en hartkamer (bypass), bijvoorbeeld het Wolff-Parkinson-White syndroom of het Lown-Ganong-Levine-syndroom 
-    bij een bepaalde stoornis in het hartritme (sick sinus syndroom) 
-    bij een zeer lage bloeddruk (hypotensie) 
-    bij een pas doorgemaakt hartinfarct wat samenging met complicaties 
-    wanneer u gelijktijdig injecties met bèta-blokkers krijgt toegediend (zie: “Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?”) 
-    u wordt al behandeld met een geneesmiddel dat ivabradine bevat voor de behandeling van bepaalde hartaandoeningen. 
 
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?  -    wanneer u een verminderde lever- of nierfunctie heeft, omdat verapamil dan langer in het lichaam aanwezig blijft. Uw arts zal een lagere dosering voorschrijven 
-    u heeft bepaalde hartaandoeningen (een AV-blok, of een te trage hartslag (bradycardie), of lage bloeddruk 
-    wanneer u lijdt aan een afwijking van de hartspier (hypertrofe obstructieve cardiomyopathie), omdat er dan bij het gebruik van verapamil een verslechtering kan optreden. De behandelend arts zal u daarom regelmatig controleren 
-    u gebruikt statines (tegen hoge cholesterol) 
−      als u een bepaalde spierziekte heeft (bijv. myasthenia gravis, het Lambert-Eaton syndroom of de ziekte van Duchenne). 
 
Raadpleeg uw arts als één van de bovenstaande waarschuwingen op u van toepassing is, of dat in het verleden is geweest. 
 
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?  Gebruikt u naast Verapamil  nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft. 
 
De in deze rubriek genoemde geneesmiddelen kunnen bij u bekend zijn onder een andere naam, vaak de merknaam. In deze rubriek wordt alleen de naam van de werkzame stof of van de groep van werkzame stoffen van het geneesmiddel genoemd en niet de merknaam! Kijk daarom altijd goed op de verpakking of in de bijsluiter wat de werkzame stof is van de geneesmiddelen die u gebruikt.   
Een wisselwerking wil zeggen dat (genees)middelen bij gelijktijdig gebruik elkaars werking en/of bijwerking beïnvloeden. Een wisselwerking kan optreden bij gelijktijdig gebruik van deze omhulde tabletten met: 
−      almotriptan (tegen migraine) 
−      buspiron (tegen angst) 
−      carbamazepine (tegen epilepsie) 
−      ciclosporine, everolimus, tacrolimus, sirolimus (onderdrukt de lichaamseigen afweer) 
−      theofylline (tegen astma) 
−      doxorubicine (cytostaticum, tegen tumoren) 
−      bepaalde hartgeneesmiddelen zoals digoxine, digitoxine en geneesmiddelen tegen hartritmestoornissen zoals flecaïnide, kinidine en amiodaron 
−      andere bloeddrukverlagende middelen dan Verapamil , bijvoorbeeld plasmiddelen (diuretica) en bèta-blokkers zoals metoprolol, propranolol en prazosine 
−      terazosine (middel dat gebruikt wordt bij goedaardige prostaatvergroting) 
−      verdovingsgassen die bij operaties worden gebruikt 
−      lithium (tegen manie): de werking van lithium kan door Verapamil  versterkt maar soms ook juist verminderd zijn 
−      acetylsalicylzuur (aspirine) 
−      dabigatran (geneesmiddel om de vorming van bloedstolsels te voorkomen) 
−      midazolam (slaapmiddel) 
−      spierverslappers 
−      alcohol 
−      simvastatine, lovastatine en atorvastatine (cholesterolverlagende middelen) 
−      glibenclamide (tegen verhoogde hoeveelheid suiker in het bloed) 
−      imipramine (tegen neerslachtigheid). 
−      bepaalde spierverslappers (zogenaamde neuromusculair blokkerende middelen) 
−      colchicine (middel tegen jicht). 
 
De werking van Verapamil  kan worden versterkt door: 
−      cimetidine (tegen maagzuur) 
−      ciclosporine (onderdrukt de lichaamseigen afweer) 
−     erythromycine, claritromycine, telitromycine (tegen infectie) 
−      azolantimycotica, waaronder itraconazol (tegen schimmelinfectie) en nefazodon (tegen neerslachtigheid) 
−      sommige middelen tegen HIV zoals ritonavir 
−      atorvastatine (cholesterolverlagend middel). 
 
De werking van Verapamil  kan worden verminderd door: 
−      rifampicine (tegen TBC) 
−      fenytoïne, fenobarbital (beide tegen epilepsie) 
−      Sint Janskruid (kruidenmiddel tegen neerslachtig gevoel)
−      sulfinpyrazon (tegen jicht). 
 
Waarop moet u letten met eten en drinken?  Verapamil mag niet ingenomen worden met grapefruit sap omdat grapefruitsap de hoeveelheid verapamil in het bloed verhoogt. Er zijn aanwijzingen dat verapamil de concentratie alcohol in uw bloed kan verhogen, waardoor de effecten van alcohol duidelijker en langer merkbaar kunnen zijn. Het wordt daarom aangeraden geen of zeer matig alcohol te gebruiken als u met verapamil behandeld wordt. 
 
Zwangerschap en borstvoeding  Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. 
 
Over het gebruik van deze stof tijdens de zwangerschap bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid gevonden in dierproeven. Bij zwangerschap of als u van plan bent zwanger te worden dit middel alleen gebruiken na overleg met uw arts of apotheker. 
 
Verapamil gaat in geringe mate over in de moedermelk. Het is niet waarschijnlijk dat er enig effect bij de baby optreedt. Het lijkt er daarom op dat gedurende het gebruik van verapamil borstvoeding gegeven kan worden. Overleg met uw arts voordat u borstvoeding geeft tijdens het gebruik van verapamil. 
 
Rijvaardigheid en het gebruik van machines   Vanwege de bloeddrukverlagende werking van Verapamil  kan het van invloed zijn op de rijvaardigheid, het vermogen om machines te bedienen of om te werken onder gevaarlijke omstandigheden. Dit is vooral het geval: 
•    aan het begin van de behandeling 
•    bij verhoging van de dosis 
•    wanneer wordt omgeschakeld van een ander geneesmiddel 
•    in combinatie met alcohol. 
Bestuur in die gevallen geen voertuig, gebruik geen gevaarlijk gereedschap en bedien geen gevaarlijke machines. 
 
Verapamil  bevat lactose en sucrose  Dit geneesmiddel bevat lactose. Indien uw arts u heeft meegedeeld dat u bepaalde suikers niet verdraagt, neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel inneemt. 
 
Dit geneesmiddel bevat sucrose. Indien uw arts u heeft meegedeeld dat u bepaalde suikers niet verdraagt, neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel inneemt. 

3. Hoe gebruikt u dit middel? 

Gebruik dit middel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.  
 
Wanneer uw arts niet anders voorschrijft, is het gebruik als volgt: 
 
Volwassenen  Algemeen  De begindosering is 3 tot 4 maal per dag (=24 uur) 80 mg. Hierna zult u in het algemeen op een dosering tussen 320 en 480 mg per dag (=24 uur) worden ingesteld (bijv. 4x per dag 1 tablet van 80 of 120 mg). Deze dosering mag slechts gedurende enkele weken worden verhoogd tot een maximum van 720 mg per dag (=24 uur). 
 
Na een hartinfarct, ter voorkóming van een nieuw infarct   360 mg per dag (=24 uur), verdeeld over meerdere doses. De behandeling begint in de tweede week na het hartinfarct. 
 
Ouderen  Het bloeddrukverlagende effect van verapamil blijkt niet leeftijd-gerelateerd te zijn. Daarom kan de gebruikelijke begindosis ingenomen worden. 
 
Patiënten met een verminderde nierfunctie  Bij patiënten met een verminderde nierfunctie dient Verapamil  voorzichtig te worden toegepast en zorgvuldig gecontroleerd te worden. De dosis hoeft niet verlaagd te worden. 
 
Patiënten met een verminderde leverfunctie  Bij patiënten met een verminderde leverfunctie dient de dosering voorzichtig te worden aangepast. In eerste instantie moet met de laagste dosering worden begonnen. 
 
Kinderen  De aanbevolen dosering voor kinderen is 4-8 mg/kg lichaamsgewicht per dag, verdeeld over 3 doses. De toediening dient onder zeer zorgvuldige controle te geschieden. 
 
Als u merkt dat Verapamil  te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg dan uw arts of apotheker. 
 
De omhulde tabletten moeten worden ingenomen met water. U kunt de omhulde tabletten beter niet kauwen in verband met de bittere smaak. 
 
Heeft u te veel van dit middel ingenomen?  Wanneer u te veel Verapamil  heeft ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of apotheker. Verschijnselen die kunnen optreden bij inname van een te hoge dosis zijn een verlaagde bloeddruk (hypotensie) en een vertraagde hartslag (bradycardie). 
 
Bent u vergeten dit middel in te nemen?  Wanneer u een dosis gemist hebt, neem dan zo snel mogelijk deze dosis alsnog in. Als het echter bijna tijd is voor de volgende dosis, sla dan de gemiste dosis over en ga verder met uw normale doseringsschema. Neem nooit een dubbele dosis van verapamil om zo de vergeten dosis in te halen. Raadpleeg bij twijfel uw arts of apotheker. 
 
Als u stopt met het gebruik van dit middel 
Wanneer u plotseling stopt met het gebruik van dit geneesmiddel kunnen de verschijnselen die voor het begin van de behandeling bestonden weer optreden. Overleg altijd met uw arts, indien u overweegt te stoppen. 
 
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 

4. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. 
 
De frequenties van de hieronder genoemde bijwerkingen zijn als volgt ingedeeld: 
Zeer vaak: komen voor bij meer dan 1 op de 10 patiënten 
Vaak: komen voor bij minder dan 1 op de 10 patiënten  
Soms: komen voor bij minder dan 1 op de 100 patiënten 
Zelden: komen voor bij minder dan 1 op de 1000 patiënten
Zeer zelden: komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 patiënten Niet bekend: kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald. 
 
Treedt één van de volgende bijwerkingen op, stop dan direct met het gebruik van verapamil en neem onmiddellijk contact op met uw arts of ga naar de eerste hulpafdeling van een nabij gelegen ziekenhuis: 
- ernstige overgevoeligheidsreactie met (hoge) koorts, rode vlekken op de huid, gewrichtspijnen en/of oogontsteking (Stevens-Johnson syndroom).  
Bovenstaande reacties zijn zeer ernstige bijwerkingen. In geval dat deze reacties bij u optreden dan is het mogelijk dat u een ernstige overgevoeligheidsreactie heeft op verapamil. U heeft spoedeisende medische zorg nodig of dient te worden opgenomen in het ziekenhuis. Deze zeer ernstige bijwerkingen komen zeer zelden voor. 
 
Verder kunnen de volgende bijwerkingen voorkomen: 
 
Afweersysteem  Niet bekend: overgevoeligheid. 
 
Zenuwstelsel  Vaak: hoofdpijn, duizeligheid. 
Soms: trillen (tremor), waarnemen van kriebelingen, jeuk of tintelingen zonder dat daar aanleiding voor is (paresthesie). 
Niet bekend: bepaalde bewegingsstoornissen (extrapiramidale stoornissen), verlamming (paralyse). 
 
Er is een geval van verlammingsverschijnselen gemeld na gebruik van verapamil in combinatie met colchicine. 
 
Psychisch   Soms: nervositeit. 
 
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Niet bekend: draaiduizeligheid, oorsuizen. 
 
Hart  Vaak: vertraagde hartslag ((sinus)bradycardie), bepaalde hartritmestoornis, namelijk een vertraagde prikkelgeleiding (1e-graads AV-blok). 
Soms: vochtophoping in de enkels, benen of armen, afname van de pompfunctie van het hart, hartkloppingen (palpitaties), versnelde hartslag (tachycardie), vertraagd hartritme door onderbreking van de prikkelvorming (sinus arrest). 
Zelden: bepaalde hartritmestoornis, namelijk een blokkering van de prikkelgeleiding die kan leiden tot onvoldoende - of uitval van de samentrekking van de hartspier (2e- of 3e-graads AV-blok).
Niet bekend: hartfalen. 
 
Bloedvaten  Soms: roodheid en brandende pijn aan het uiteinde van de ledematen (erythromelalgie), verlaagde bloeddruk (hypotensie), blozen. 
 
Maag en darmen  Vaak: verstopping. 
Soms: misselijkheid, overgeven, buikpijn, verstopping in de darm (ileus), extra groei (hyperplasie) van het tandvlees. 
Niet bekend: onaangenaam gevoel in de buik. 
 
Huid en onderhuid  Zeer zelden: overgevoeligheidsreacties van de huid (roodheid, jeuk en huiduitslag met hevige jeuk en vorming van bultjes (galbulten of urticaria), ernstige overgevoeligheidsreactie met (hoge) koorts, rode vlekken op de huid, gewrichtspijnen en/of oogontsteking (Stevens-Johnson syndroom). 
Niet bekend: plotselinge vochtophoping in de huid en slijmvliezen (bijv. keel of tong), ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en huiduitslag, vaak als allergische reactie (angio-oedeem), huiduitslag met rode onregelmatige vlekken (erythema multiforme), huiduitslag met vlekken en knobbeltjes, haaruitval, huiduitslag met hevige jeuk en vorming van bultjes (galbulten of urticaria), puntvormige bloeduitstortingen (purpura), jeuk en overmatige zweetproductie. 
 
Botten en spieren  Zeer zelden: spierpijn of gewrichtspijn. 
Niet bekend: spierzwakte. 
 
Urineweg en nieren  Niet bekend: onvoldoende werking van de nieren (nierfalen) 
 
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen  Zeer zelden: erectiestoornis, overmatige melkafscheiding, borstvorming bij oudere patiënten, vooral na langdurig gebruik. 
 
Algemeen  
Soms: moeheid. 
 
Onderzoeken  Zeer zelden: verhoogd aantal leverenzymen, ontsteking van de lever door allergie. Niet bekend: toename van een bepaald hormoon (prolactine) in het bloed. 

5. Hoe bewaart u dit middel? 

Bewaren beneden 25°C. 
 
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden. 
 
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de verpakking na `EXP`. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum. 
 
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die niet meer nodig zijn. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu. 

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?  -    De werkzame stof in dit middel is verapamilhydrochloride, respectievelijk 40, 80 en 120 mg per omhulde tablet. 
-    De andere stoffen (hulpstoffen) in dit middel zijn 
Tabletkern: voorverstijfseld aardappelzetmeel, natriumlaurylsulfaat, lactose, microkristallijne cellulose (E460i), natriumzetmeelglycolaat (uit aardappelzetmeel), colloïdaal watervrij siliciumdioxide (E551), magnesiumstearaat (E572). 
Tabletomhulling: talk (E553b), calciumcarbonaat (E170i), titaandioxide (E171), chinolinegeel (E104), carnaubawas (903), sucrose, polyethyleenglycol 6000, povidon (E1201), perfectamyl gel 45, polysorbaat 80 (E433). 
 
Hoe ziet Verapamil  eruit en hoeveel zit er in een verpakking? 
Verapamil  40 mg: de omhulde tabletten zijn geel, tweezijdig bol met een diameter van 7 mm. 
Verapamil  80 mg: de omhulde tabletten zijn geel, tweezijdig bol met een diameter van 9 mm. Verapamil  120 mg: de omhulde tabletten zijn geel, tweezijdig bol met een diameter van 10 mm. 
 
Verapamil  is verpakt in blisterverpakkingen à 30 of 90 omhulde tabletten, in potten à 100, 200 of 250 omhulde tabletten (door de apotheek verpakt in de aan u voorgeschreven hoeveelheid) en in eenheidsafleververpakkingen à 50 (50x1) omhulde tabletten. 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht. 
 
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant 
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen  BV 
Swensweg 5 
2031 GA  Haarlem 
Nederland 
 
Fabrikant  Pharmachemie BV 
Swensweg 5 
2031 GA  Haarlem 
Nederland