Voriconazol

Dit middel bevat de werkzame stof voriconazol; dit middel is een antischimmelmiddel. Het doodt de infectieveroorzakende schimmels of blokkeert de groei ervan.    Het wordt gebruikt voor de behandeling van patiënten (volwassenen en kinderen ouder dan 2 jaar) met:  Invasieve aspergillose (een schimmelinfectie die veroorzaakt wordt door Aspergillus sp. Meer info

Dokteronline.com regelt of verkoopt geen medicijnen. Op uw verzoek regelen wij voor u een consult met een geregistreerde onafhankelijke EU-arts. Aan de hand van uw antwoorden op de online medische vragenlijst en de door u opgegeven voorkeuren, beoordeelt deze arts of aan u een recept voor een medische behandeling mag worden uitgeschreven. Bezoek de website van Blueclinic voor de actuele prijzen van de medische behandelingen.
Kosten opdracht is incl. BTW.

Dienst
Kosten opdracht *
Dienst – Kosten opdracht *
Bijsluiter(s)

1. Wat is Voriconazol en waarvoor wordt dit middel gebruikt? 

Dit middel bevat de werkzame stof voriconazol; dit middel is een antischimmelmiddel. Het doodt de infectieveroorzakende schimmels of blokkeert de groei ervan. 
 
Het wordt gebruikt voor de behandeling van patiënten (volwassenen en kinderen ouder dan 2 jaar) met: 

  • Invasieve aspergillose (een schimmelinfectie die veroorzaakt wordt door Aspergillus sp.) 
  • Candidemie (een andere schimmelinfectie, die veroorzaakt wordt door Candida sp.) bij niet-neutropenische patiënten (patiënten zonder een abnormaal lage hoeveelheid witte bloedcellen) 
  • Ernstige invasieve Candida sp.-infecties wanneer de schimmel resistent is tegen fluconazol (een ander antischimmelmiddel) 
  • Ernstige schimmelinfecties die veroorzaakt worden door Scedosporium sp. of Fusarium sp. (twee verschillende schimmelsoorten). 

Dit middel is bedoeld voor patiënten met verslechtering van, mogelijk levensbedreigende, schimmelinfecties. 

Preventie van schimmelinfecties bij hoog risico ontvangers van een beenmergtransplantatie. 
 
Dit geneesmiddel mag uitsluitend gebruikt worden onder toezicht van een arts. 

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? 

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?  U bent allergisch voor voriconazol of één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.  
 
Het is heel belangrijk dat u uw arts of apotheker inlicht indien u andere geneesmiddelen gebruikt of gebruikt heeft, zelfs als het geneesmiddelen betreft die u zonder recept kunt krijgen of kruidengeneesmiddelen. 
 
De geneesmiddelen uit onderstaande lijst mogen niet worden ingenomen terwijl u met Voriconazol  wordt behandeld: 

  • Terfenadine (gebruikt bij allergie) 
  • Astemizol (gebruikt bij allergie) 
  • Cisapride (gebruikt bij maagproblemen) 
  • Pimozide (gebruikt bij de behandeling van psychische aandoeningen) 
  • Kinidine (gebruikt bij een onregelmatige hartslag) 
  • Rifampicine (gebruikt bij de behandeling van tuberculose) 
  • Efavirenz (gebruikt bij de behandeling van HIV) in doseringen van eenmaal daags 400 mg en hoger 
  • Carbamazepine (gebruikt bij de behandeling van epileptische aanvallen) 
  • Fenobarbital (gebruikt bij ernstige slaapstoornissen en epileptische aanvallen) 
  • Ergotamine-alkaloïden (bijvoorbeeld ergotamine, dihydroergotamine; gebruikt bij migraine) 
  • Sirolimus (gebruikt bij transplantatiepatiënten) 
  • Ritonavir (gebruikt bij de behandeling van HIV) in doseringen van tweemaal daags 400 mg of meer 
  • Sint-Janskruid (kruidensupplement).  

 
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel? 
Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel inneemt als:  

  • U een allergische reactie heeft gehad op andere azolen. 
  • U lijdt of ooit geleden heeft aan een leveraandoening. Indien u een leveraandoening heeft, kan uw arts u een lagere dosis van dit middel voorschrijven. Tijdens de behandeling met dit middel dient uw arts ook de functie van uw lever te controleren door middel van bloedonderzoek. 
  • Bekend is dat u cardiomyopathie, een onregelmatige hartslag, een trage hartwerking heeft of een afwijking op het elektrocardiogram (ECG) vertoont die “verlengd QTc-syndroom” wordt genoemd. 

Vermijd alle zonlicht en blootstelling aan de zon tijdens uw behandeling. Het is belangrijk aan de zon blootgestelde delen van de huid te bedekken en zonnebrandcrème met een hoge zonbeschermingsfactor te gebruiken omdat een verhoogde gevoeligheid van de huid voor UV-stralen van de zon kan optreden. Deze voorzorgsmaatregelen gelden ook voor kinderen. 
 
Tijdens uw behandeling met dit middel: 

  • Moet u het uw arts onmiddellijk vertellen als u: 

-    zonnebrand krijgt 
-    ernstige huiduitslag of blaren krijgt
-    botpijn krijgt. 
 
Als u de bovengenoemde huidaandoeningen krijgt, kan uw arts u doorverwijzen naar een dermatoloog, die na het consult kan beslissen dat het voor u van belang is om regelmatig voor controle terug te komen. Er bestaat een kleine kans dat bij langdurig gebruik van dit middel huidkanker kan ontstaan. 
 
Uw arts dient de functie van uw lever en nieren te controleren door middel van bloedonderzoek. 
 
Kinderen en jongeren tot 18 jaar  
Dit middel mag niet gegeven worden aan kinderen jonger dan 2 jaar.  
 
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?  Gebruikt u naast Voriconazol  nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat 
de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.  
 
Bepaalde geneesmiddelen kunnen, wanneer ze samen met Voriconazol  worden ingenomen, de werking van Voriconazol  beïnvloeden, of omgekeerd, kan Voriconazol  hun werking beïnvloeden.  
 
Vertel uw arts als u het volgende geneesmiddel inneemt, omdat gelijktijdige behandeling met Voriconazol  indien mogelijk vermeden moet worden: 

  • Ritonavir (gebruikt bij de behandeling van HIV) in een dosering van tweemaal daags 100 mg. 

Vertel uw arts als u één van de volgende geneesmiddelen inneemt, omdat gelijktijdige behandeling met 
Voriconazol  indien mogelijk vermeden moet worden en een dosis aanpassing van voriconazol nodig kan zijn: 

  • Rifabutine (gebruikt bij de behandeling van tuberculose). Als u al behandeld wordt met rifabutine moet uw bloed gecontroleerd worden en moet u gecontroleerd worden op bijwerkingen van rifabutine. 
  • Fenytoïne (gebruikt bij de behandeling van epilepsie). Als u al behandeld wordt met fenytoïne dient de concentratie van fenytoïne in uw bloed gecontroleerd te worden tijdens de behandeling met Voriconazol  en kan uw dosis worden aangepast. 

Vertel uw arts als u één van de volgende geneesmiddelen inneemt, omdat een dosisaanpassing of controle nodig kan zijn om te zien of de geneesmiddelen en/of Voriconazol  nog steeds het gewenste effect hebben: 
 

  • Warfarine en andere anticoagulantia (bijvoorbeeld fenprocoumon, acenocoumarol; gebruikt om de bloedstolling te vertragen) 
  • Ciclosporine (gebruikt bij transplantatiepatiënten) 
  • Tacrolimus (gebruikt bij transplantatiepatiënten) 
  • Sulfonylureumderivaten (bijvoorbeeld tolbutamide, glipizide en glyburide) (gebruikt bij de behandeling van suikerziekte) 
  • Statinen (bijvoorbeeld atorvastatine, simvastatine) (gebruikt om het cholesterolgehalte te verlagen) 
  • Benzodiazepinen (bijvoorbeeld midazolam, triazolam) (gebruikt bij ernstige slaapstoornissen en stress) 
  • Omeprazol (gebruikt bij de behandeling van zweren in het spijsverteringsstelsel) 
  • Orale anticonceptiemiddelen (als u Voriconazol  inneemt, terwijl u orale anticonceptiemiddelen gebruikt, kunnen bijwerkingen als misselijkheid en menstruatiestoornissen optreden) 
  • Vinca-alkaloïden (bijvoorbeeld vincristine en vinblastine) (gebruikt bij de behandeling van kanker) 
  • Indinavir en andere HIV-proteaseremmers (gebruikt bij de behandeling van HIV) 
  • Niet-nucleoside reverse-transcriptaseremmers (bijvoorbeeld efavirenz, delavirdine en nevirapine) (gebruikt bij de behandeling van HIV) (sommige doseringen efavirenz kunnen NIET gelijktijdig met Voriconazol  ingenomen worden) 
  • Methadon (gebruikt bij de behandeling van heroïne verslaving) 
  • Alfentanil en fentanyl en andere kortwerkende opiaten zoals sufentanil (pijnstillers die gebruikt worden bij operatieve ingrepen) 
  • Oxycodon en andere langwerkende opiaten zoals hydrocodon (gebruikt bij matige tot ernstige pijn) 
  • Niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (bijvoorbeeld ibuprofen, diclofenac) (gebruikt bij de behandeling van pijn en ontstekingen) 
  • Fluconazol (gebruikt bij schimmelinfecties) 
  • Everolimus (gebruikt bij de behandeling van gevorderde nierkanker en bij patiënten die een transplantatie ondergaan).  

 
Zwangerschap en borstvoeding  Dit middel mag niet worden ingenomen tijdens de zwangerschap, tenzij uw arts dit nodig acht. Vrouwen die zwanger kunnen worden, dienen een doeltreffend anticonceptiemiddel te gebruiken. Waarschuw uw arts onmiddellijk wanneer u zwanger wordt terwijl u dit middel inneemt.  
 
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.  
 
Rijvaardigheid en het gebruik van machines  Het kan voorkomen dat u door het gebruik van dit middel niet meer helder ziet of dat u onaangenaam gevoelig voor licht wordt. Als dit zich voordoet, bestuur dan geen auto, gebruik geen gereedschap en bedien geen machines. Waarschuw uw arts als u dit ondervindt.  
 
Voriconazol  bevat lactose  
Indien uw arts u heeft meegedeeld dat u bepaalde suikers niet verdraagt, neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel neemt. 

3.  Hoe gebruikt u dit middel? 

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 
 
Uw arts zal uw dosering bepalen aan de hand van uw gewicht en het soort infectie waaraan u lijdt. 
 
De gebruikelijke dosering bij volwassenen (ook bij ouderen) is: 

 

Tabletten

 

Patiënten van 40 kg en zwaarder

Patiënten van minder dan 40 kg

Dosis voor de eerste 24 uur (Oplaaddosis)

400 mg om de 12 uur gedurende de eerste 24 uur

200 mg om de 12 uur gedurende de eerste 24 uur

Dosis na de eerste 24 uur (Onderhoudsdosis)

200 mg tweemaal per dag

100 mg tweemaal per dag

Afhankelijk van uw reactie op de behandeling, kan uw arts de dagelijkse dosering verhogen tot 300 mg tweemaal per dag. 
 
De arts kan besluiten de dosis te verminderen indien u lichte tot matige cirrose heeft. 
 
Gebruik bij kinderen en jongeren   De aanbevolen dosering bij kinderen en jongeren is: 
 

 

Tabletten

 

Kinderen van 2 tot jonger dan

12 jaar en tieners van 12 tot en met 14 jaar die minder wegen dan 50 kg

Jongeren van 12 tot en met 14 jaar met een lichaamsgewicht van 50 kg of meer, en alle jongeren ouder dan 14 jaar

Dosis voor de eerste 24 uur (Oplaaddosis)

Uw behandeling zal starten met een infuus

400 mg om de 12 uur, gedurende de eerste 24 uur

Dosis na de eerste 24 uur (Onderhoudsdosis)

9 mg/kg tweemaal daags

(maximale dosis van 350 mg tweemaal daags)

200 mg tweemaal daags

 
Afhankelijk van uw reactie op de behandeling kan uw arts de dagelijkse dosering verhogen of verlagen. 

  • Aan kinderen mogen alleen tabletten worden gegeven als ze deze kunnen slikken.  

Neem uw tablet steeds minstens één uur voor of één uur na de maaltijd in. Slik de tablet in zijn geheel door met wat water. 
 
Als u of uw kind dit middel gebruikt om schimmelinfecties te voorkomen, kan uw arts stoppen met het toedienen van dit middel als u of uw kind bijwerkingen krijgt die met de behandeling samenhangen. 
 
Heeft u te veel van dit middel ingenomen?  Indien u meer tabletten heeft ingenomen dan was voorgeschreven (of indien iemand anders uw tabletten heeft ingenomen) dient u medisch advies in te winnen of onmiddellijk naar de Eerste Hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan. Neem uw doosje met dit middel met u mee. U kunt een abnormale intolerantie voor licht ervaren doordat u meer van dit middel heeft ingenomen dan u zou mogen. 
 
Bent u vergeten dit middel in te nemen  Het is belangrijk dit middel in te nemen steeds op hetzelfde tijdstip van de dag. Als u één dosis vergeet in te nemen, neem dan uw volgende dosis op het normale tijdstip. Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. 
 
Als u stopt met het innemen van dit middel  Het is aangetoond dat het innemen van alle doses op het vastgestelde tijdstip de doeltreffendheid van uw geneesmiddel aanzienlijk kan vergroten. Daarom is het belangrijk dat u dit middel op de juiste manier blijft innemen zoals hierboven beschreven, tenzij uw arts beslist uw behandeling te stoppen. 
 
Blijf dit middel gebruiken tot uw arts zegt dat u mag stoppen. Stop de behandeling niet voortijdig omdat de infectie dan misschien nog niet genezen is. Patiënten met een verzwakt immuunsysteem of patiënten met moeilijk te behandelen infecties kunnen een langdurige behandeling nodig hebben om te voorkomen dat de infectie opnieuw optreedt. 
 
Nadat de behandeling met dit middel door uw arts is stopgezet, zou u daarvan normaal gesproken niets moeten merken.  
 
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 

4. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. 
 
Als er al bijwerkingen zijn, zijn deze meestal licht en van voorbijgaande aard. Sommige bijwerkingen kunnen echter ernstig zijn en medische behandeling vereisen. 
 
Ernstige bijwerkingen – Stop met het nemen van dit middel en ga onmiddellijk naar een arts  

  • Huiduitslag 
  • Geelzucht; veranderingen in bloedonderzoek naar leverfunctie 
  • Ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis). 

Andere bijwerkingen 
 
Zeer vaak: komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers  

  • Visuele stoornissen (verandering in gezichtsvermogen, met inbegrip van wazig zien, veranderingen in het zien van kleuren, minder of geen licht in ogen kunnen verdragen, kleurenblindheid, oogaandoeningen, het zien van kringen en gekleurde beelden rond lichtbronnen, nachtblindheid, beweging van het zicht zodra het hoofd wordt bewogen, lichtflikkeringen zien, visuele aura, verminderd scherpzien, helderheid gezichtsvermogen, uitval van een deel van het gebruikelijke gezichtsveld, vlekken voor de ogen) 
  • Koorts 
  • Huiduitslag 
  • Misselijkheid, braken, diarree 
  • Hoofdpijn 
  • Zwelling van de armen en benen 
  • Buikpijn 
  • Ademhalingsmoeilijkheden 
  • Verhoogde gemeten hoeveelheid leverenzymen. 

Vaak: komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers   

  • Ontsteking van de neusbijholten, ontstoken tandvlees, rillingen, zwakte 
  • Lage aantallen, waaronder ernstige gevallen, van bepaalde soorten rode (soms immuun-gerelateerd) en/of witte bloedcellen (soms met koorts), lage aantallen van cellen die bloedplaatjes genoemd worden en die het bloed helpen stollen 
  • Lage bloedsuiker, laag kaliumgehalte in het bloed, laag natriumgehalte in het bloed 
  • Angst, depressie, verwardheid, agitatie, slapeloosheid, hallucinaties 
  • Epileptische aanvallen, trillen of ongecontroleerde spierbewegingen, tintelingen of abnormaal gevoel van de huid, verhoogde spierspanning, slaperigheid, duizeligheid 
  • Bloeding in het oog 
  • Hartritmeproblemen, waaronder zeer snelle hartslag, zeer langzame hartslag, flauwvallen 
  • Lage bloeddruk, ontsteking van een bloedvat (mogelijk geassocieerd met de vorming van een bloedstolsel) 
  • Acute ademhalingsmoeilijkheden, pijn ter hoogte van de borst, zwelling van het aangezicht (mond, lippen en rondom de ogen), vochtophoping in de longen 
  • Verstopping (obstipatie), verstoorde spijsvertering (indigestie), ontsteking van de lippen 
  • Geelzucht, ontsteking van de lever en leverletsel 
  • Huiduitslag die kan leiden tot ernstige blaarvorming en loslaten van de huid, gekenmerkt door een plat, rood gebied op de huid dat met kleine samenvloeiende bobbels is bedekt, roodheid van de huid  
  • Jeuk 
  • Haaruitval 
  • Rugpijn 
  • Nierfalen, bloed in de urine, veranderingen in nierfunctietesten.  

Soms: komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers   

  • Griepachtige symptomen, irritatie en ontsteking van het maagdarmkanaal, ontsteking van het maagdarmkanaal met als resultaat antibioticum gerelateerde diarree, ontsteking van de lymfevaten 
  • Ontsteking van het dunne weefsel dat de binnenwand van de buik en de organen in de buik bekleedt 
  • Vergrote lymfeklieren (soms pijnlijk), uitvallen van het bloedvormende beenmerg, verhoogde aantallen eosinofielen  
  • Verminderde werking van de bijnier, te langzaam werkende schildklier 
  • Abnormale hersenfunctie, Parkinson-achtige symptomen, zenuwbeschadiging die leidt tot een verdoofd gevoel, pijn, tintelingen of brandend gevoel in handen of voeten 
  • Evenwichts- of coördinatieproblemen 
  • Zwelling van de hersenen 
  • Dubbel zien, ernstige oogaandoeningen inclusief: pijn en ontsteking van de ogen en oogleden, abnormale oogbeweging, beschadiging van de oogzenuw die leidt tot verminderd gezichtsvermogen, papiloedeem • Verminderde gevoeligheid voor aanraking 
  • Abnormale smaakbeleving 
  • Moeilijkheden met horen, oorsuizen, duizeligheid 
  • Ontsteking van bepaalde interne organen (pancreas en twaalfvingerige darm), zwelling en ontsteking van de tong 
  • Vergrote lever, leverfalen, ziekte van de galblaas, galstenen 
  • Gewrichtsontsteking, ontsteking van de aderen onder de huid (wat gepaard kan gaan met vorming van een bloedprop) 
  • Nierontsteking, eiwit in de urine, nierschade 
  • Zeer snelle hartslag of overgeslagen hartslagen, soms met onregelmatige elektrische impulsen 
  • Abnormaal elektrocardiogram (ECG) 
  • Verhoogd cholesterolgehalte in het bloed, verhoogd ureumgehalte in het bloed 
  • Allergische huidreacties (soms ernstig), waaronder een levensbedreigende huidaandoening die pijnlijke blaren en zweren op de huid en slijmvliezen, met name in de mond, veroorzaakt, ontsteking van de huid, netelroos, zonnebrand of ernstige reactie van de huid na blootstelling aan licht of zon, roodheid en irritatie van de huid, rode of paarse verkleuring van de huid die door een lage bloedplaatjeswaarde veroorzaakt kan zijn, eczeem • Reactie op de infusieplaats. 
  • Allergische reactie of bovenmatige immuunreactie. 

Zelden: komen voor bij minder dan 1 op de 1000 gebruikers 

  • Overactieve schildklier  
  • Achteruitgaan van functioneren van de hersenen als ernstige complicatie van leverziekte  
  • Verlies van het merendeel van de vezels in de oogzenuw, vertroebeling van het hoornvlies, onwillekeurige bewegingen van het oog 
  • Bulleuze lichtgevoeligheid 
  • Een afwijking waarbij het immuunsysteem van het lichaam delen van het perifere zenuwstelsel aanvalt 
  • Hartritme- of geleidingsproblemen (soms levensbedreigend) 
  • Levensbedreigende allergische reactie 
  • Aandoening van het bloedstollingssysteem 
  • Allergische huidreacties (soms ernstig), waaronder snelle zwelling (oedeem) van de huid, het onderhuidsweefsel, slijmvlies en weefsels onder het slijmvlies, jeukende of pijnlijke stukken dikke, rode huid met zilverkleurige huidschubben, irritatie van de huid en slijmvliezen, levensbedreigende huidaandoening die ervoor zorgt dat grote delen van de epidermis (buitenste laag van de huid) loslaten van de huidlagen eronder 
  • Kleine droge schilferige huid, soms dik met bultjes. 

Bijwerkingen met onbekende frequentie: 

  • Sproeten en pigmentvlekken. 

Andere significante bijwerkingen waarvan de frequentie onbekend is, maar die direct aan uw arts moeten worden gemeld:  

  • Huidkanker  
  • Ontsteking van weefsel rond het bot  
  • Rode, schubachtige plekken of ringvormige huidbeschadigingen, die symptomen kunnen zijn van een autoimmuunziekte die cutane lupus erythematodes wordt genoemd. 

Aangezien dit middel schadelijk voor de lever en de nieren kan zijn, dient uw arts de werking van uw lever en uw nieren te controleren door middel van bloedonderzoek. Waarschuw uw arts als u maagpijn heeft of als uw ontlasting van consistentie verandert.  
  
Er zijn gevallen gemeld van huidkanker bij patiënten die langere tijd worden behandeld met dit middel.  
 
Kinderen ervaarden vaker zonnebrand of ernstige reactie van de huid na blootstelling aan licht of zon. Als bij u of uw kind afwijkingen van de huid ontstaan, kan uw arts u naar een dermatoloog verwijzen die kan besluiten dat het voor u of uw kind belangrijk is om regelmatig voor controle te komen. Ook werden bij kinderen vaker verhoogde leverenzymen gezien. 
 
Waarschuw uw arts wanneer één van deze bijwerkingen aanhoudt of hinderlijk is. 
 
Het melden van bijwerkingen  Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel. 

5. Hoe bewaart u dit middel? 

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden. 
 
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doordrukstrip en de doos na “Exp.:”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum. 
 
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities. 
 
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht. 

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel? 

  • De werkzame stof in dit middel is voriconazol. 

Elke filmomhulde tablet bevat 50 mg voriconazol. 
Elke filmomhulde tablet bevat 200 mg voriconazol. 

  • De andere stoffen in dit middel zijn:  

Tabletkern: lactosemonohydraat, gepregelatineerd zetmeel (maiszetmeel), maiszetmeel, croscarmellose natrium, povidon (K - 30), colloïdaal watervrij silica, magnesiumstearaat.  
Filmomhulling: hypromellose 2910, lactosemonohydraat, titaniumdioxide (E 171), triacetine.