Menu

Rhinocort

Rhinocort bevat het werkzame bestanddeel budesonide. Budesonide is een zgn. glucocorticosteroïde (een ontstekingsremmend middel). Wanneer het in de neus wordt toegediend heeft budesonide een ontstekingsremmende werking. Rhinocort vermindert de overgevoeligheid van de neus.

Wat is Rhinocort (budesonide) en waarvoor wordt deze spray voor gebruikt?

U mag Rhinocort neusspray gebruiken, wanneer u last heeft van allergie met klachten zoals een verstopte neus of loopneus. Ook kan Rhinocort worden voorgeschreven voor de behandeling van milde tot matig ernstige neuspoliepen.

Wanneer mag u Rhinocort (budesonide) niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

Bent u allergisch (overgevoelig) voor budesonide of een van de andere stoffen die in dit geneesmiddel zitten, dan mag u dit middel niet gebruiken. Deze stoffen kunt u vinden in de rubriek "Inhoud van de verpakking en overige informatie".

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met Rhinocort neusspray?

Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt. Als u onder behandeling bent voor andere problemen of ziekten, vertel dit aan uw arts. Deze problemen of ziekten kunnen zijn:

  • Als u behandeld wordt voor bacteriële luchtwegaandoeningen (zoals tuberculose) of virus- of schimmelinfecties van de luchtwegen;
  • Als u een leverziekte heeft.

Het maximale effect van Rhinocort wordt pas na een aantal dagen bereikt. Bij het gebruik kan korte tijd een verhoogde afscheiding en wat korstvorming in de neus optreden. Als u langdurig Rhinocort gebruikt is het aan te raden uw neusslijmvlies ten minste eens per jaar, door de arts, te laten controleren.

Rhinocort kan de afweer tegen bepaalde infecties verminderen, vooral bij kinderen. Als u of uw kind niet eerder de mazelen of de waterpokken hebben gehad, moet u proberen te voorkomen dat u of uw kind met deze kinderziekten besmet wordt als u tevens Rhinocort gebruikt. Bij gelijktijdig gebruik met Rhinocort kunnen deze ziekten ernstiger verlopen dan bij personen die geen Rhinocort gebruiken. Als u of uw kind Rhinocort gebruikt en de mazelen of de waterpokken krijgt, of in aanraking komt met kinderen die deze kinderziekten hebben, dan dient u contact met de arts op te nemen.

Als uw klachten toenemen ondanks het gebruik van uw geneesmiddelen, dient u contact op te nemen met uw dokter. Het kan zijn dat de behandeling moet worden aangepast. Verhoog de dosering van Rhinocort niet zonder overleg te hebben gehad met de dokter!

Neem contact op met uw arts als u last heeft van wazig zien of andere visuele stoornissen.

Rhinocort neusspray voor kinderen

Omdat het nog niet volledig bekend is wat de lange termijn effecten van Rhinocort op kinderen zijn, is het nodig dat uw arts uw kind regelmatig onderzoekt. Met name wordt de groei gecontroleerd. Bij het voorschrijven van Rhinocort aan kinderen maakt de arts een afweging van de voor- en de nadelen van het gebruik van Rhinocort door kinderen.

Langdurige behandeling of zeer hoge doseringen van dit soort middelen bij kinderen, ongeacht de toedieningsweg (bijv. via de neus, via de longen, via het rectum of via de mond), kan hun groei remmen. In het algemeen worden zowel onderhoudsbehandeling als een langdurige behandeling bij kinderen niet aanbevolen.

Gebruikt u naast Rhinocort nog andere geneesmiddelen?

Of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan aan uw arts of apotheker. In de apotheek kunt u een geneesmiddelenkaart krijgen. U of uw apotheker noteert hierop welke geneesmiddelen u gebruikt en in welke dosering. Laat mensen in uw omgeving weten welke geneesmiddelen u gebruikt!

U kunt Rhinocort gebruiken als u ook andere geneesmiddelen tegen allergische neusklachten inneemt. Geneesmiddelen tegen schimmelinfecties, zoals ketoconazol en itraconazol, kunnen de werking van Rhinocort versterken.

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Als u zwanger bent of borstvoeding geeft dient u altijd zeer voorzichtig te zijn met het gebruik van medicijnen.

Zwangerschap

Als u zwanger wordt tijdens het gebruik van Rhinocort neusspray moet u zo snel mogelijk contact opnemen met uw arts. Hij zal dan beoordelen of u de behandeling met Rhinocort kunt voortzetten of u een ander middel voorschrijven.

Borstvoeding

U kunt Rhinocort neusspray gewoon gebruiken als u borstvoeding geeft.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Rhinocort neusspray heeft geen invloed op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen.

Rhinocort neusspray bevat glucose

Als uw arts u heeft meegedeeld dat u bepaalde suikers niet verdraagt, neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Hoe gebruikt u Rhinocort (budesonide)

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Allergie met klachten als verstopte neus of loopneus (bijv. hooikoorts). Bij voorkeur wordt de behandeling met Rhinocort gestart vóórdat het hooikoortsseizoen begint. Soms zal het nodig zijn om aanvullende geneesmiddelen te gebruiken om eventuele oogsymptomen (‘dikke rode jeukende ogen’) te bestrijden.

De dosering wordt bij een ieder individueel bepaald. De aanbevolen dosering is:

Bij volwassenen, ouderen en kinderen van 6 jaar en ouder

Bij het begin van de behandeling ‘s ochtends in ieder neusgat: 4 inhalaties Rhinocort 32 óf 2 inhalaties Rhinocort 64.

De uiteindelijke onderhoudsdosering is die dosering waarbij u de minste klachten heeft.

Milde tot matig ernstige neuspoliepen

's Ochtends en 's avonds in ieder neusgat: 2 inhalaties Rhinocort 32 óf 1 inhalatie Rhinocort 64.

De dosering van Rhinocort 32 is niet mogelijk met het product uit deze bijsluiter. Hiervoor zijn andere producten beschikbaar met een lagere sterkte.

Rhinocort moet vóór iedere inhalatie volgens de gebruiksaanwijzing klaargemaakt worden (zie hiervoor aan het eind van deze bijsluiter).

Hoe vaak moet u Rhinocort gebruiken?

In principe gebruikt u Rhinocort dagelijks.

Duur van de behandeling

Als regel zal de behandeling van allergie tijdens een bepaalde tijd van het jaar nodig zijn. In de overige gevallen kan de behandeling langdurig zijn.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Het is belangrijk dat u de dosis gebruikt zoals aangegeven op de sticker van de apotheek of zoals uw arts heeft geadviseerd. U dient niet meer te gebruiken dan uw dokter heeft verteld; meer of minder gebruiken kan uw klachten verergeren.

Verschijnselen te veel gebruik

Wanneer gedurende lange tijd veel te hoge doseringen worden gebruikt dan voorgeschreven kunnen verschijnselen optreden die ook bij gebruik van ontstekingsremmende tabletten te zien zijn, zoals bijvoorbeeld een ‘opgeblazen’ gezicht.

Wat moet u doen?

Waarschuw een arts. Houd de verpakking van Rhinocort bij de hand.

Bent u vergeten Rhinocort (budesonide) te gebruiken?

Als u een enkele keer een dosis vergeet te inhaleren heeft dat als regel geen ernstige gevolgen. Neem deze dosis alsnog als u dat binnen een paar uur bemerkt. Als u er pas achter komt bij de volgende dosis, dan hoeft u de vergeten dosis niet in te halen. Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.

Stoppen met Rhinocort (budesonide)

Als u plotseling stopt met de behandeling met Rhinocort kunnen de allergieklachten, die door Rhinocort worden tegengegaan, terugkeren.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Mogelijke bijwerkingen Rhinocort (budesonide)

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Bijwerkingen kunnen in verschillende maten voorkomen, hieronder een lijst:

  • Zeer vaak (komt voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers);
  • Vaak (komt voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers);
  • Soms (komt voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers);
  • Zelden (komt voor bij minder dan 1 op de 1000 gebruikers;
  • Zeer zelden (komt voor bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers);
  • Onbekend (op basis van de bekende gegevens kan de frequentie niet worden vastgesteld).

Vaak

  • Irritatie in de neus;
  • Bloedneus;
  • Bloederige afscheiding uit de neus.

Soms

  • Droge neus;
  • Niesaanvallen;
  • Directe en vertraagde overgevoeligheidsreacties;
  • Overgevoeligheidsreacties met huiduitslag met hevige jeuk en bultjes (galbulten of urticaria);
  • Roodheid (rash);
  • Huidontsteking (dermatitis);
  • Jeuk;
  • Plotselinge vochtophoping in de huid en slijmvliezen (bijv. keel of tong);
  • Ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en huiduitslag (angio oedeem);
  • Spierkramp.

Zelden

  • Anafylactische reactie (ernstige, levensbedreigende allergische reactie op bepaalde stoffen);
  • Verminderde werking van de bijnierschors;
  • Groeivertraging;
  • Perforatie van het tussenschot van de neus;
  • Zweren van het neusslijmvlies;
  • Stemvervormingen (dysfonie);
  • Kneuzing;
  • Wazig zien.

Zeer zelden

  • Schimmelinfectie van het neusslijmvlies (candidiasis);
  • Slinken (atrofie) van het neusslijmvlies;
  • Geur- en smaakverandering;
  • Ontbreken van reuk.

Frequentie niet bekend

  • Verminderd gezichtsvermogen door ooglenstroebeling;
  • Verhoogde oogboldruk (groene staar, glaucoom).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Er is groeiachterstand gemeld bij kinderen en adolescenten, die via de neus corticosteroïden toegediend kregen. Budesonide bevat ook corticosteroïden (zie ook: ‘Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?’). Hoge dosering en langdurig gebruik kunnen in zeldzame gevallen systemische klachten veroorzaken (systemische klachten zijn klachten waarbij heel het lichaam is aangetast).

Verlaag nooit zelf de dosering of onderbreek de behandeling niet (ook niet tijdelijk) zonder overleg met uw arts!

Hoe bewaart u dit middel?

  • Buiten het zicht en bereik van kinderen houden;
  • Rhinocort bewaren beneden 30°C;
  • Niet in de koelkast of vriezer bewaren;
  • Bewaar de verpakking rechtop;
  • Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op Het Dr. Fisher Farma etiket na ‘Exp’. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum. Na deze datum mag u Rhinocort, ook als hij nog niet helemaal leeg is, niet meer gebruiken. Na eerste gebruik is Rhinocort tenminste nog 2 maanden houdbaar;
  • Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

Het werkzame bestanddeel is budesonide. De andere bestanddelen zijn:

  • Microkristallijn cellulose (E460);
  • Natriumcarboxymethylcellulose (E466);
  • Watervrij glucose;
  • Polysorbaat 80 (E433);
  • Dinatriumedetaat;
  • Kaliumsorbaat (E202);
  • Zoutzuur;
  • Gezuiverd water.

Hoe ziet Rhinocort neusspray eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Rhinocort 64 is een neusspray suspensie in een bruin glazen flesje met 120 doseringen. Dit flesje, uitgerust met een doseringsventiel en een neusstukje (afgesloten door een stofkapje), zit in een kartonnen doosje.

Fabrikant

AstraZeneca UK Limited,
Silk Road Business Park,
Macclesfield,
Cheshire, SK10 2NA,
Verenigd Koninkrijk

Terug naar boven